ECLI:NL:GHARL:2023:2589

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 maart 2023
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
Wahv 200.307.838/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 24 lid 3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens hinderen verkeer door verkeerd parkeren naast parkeervak

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens het zodanig parkeren van zijn voertuig dat het verkeer werd gehinderd op de Hans Onversaagdstraat in Amsterdam. De betrokkene stelde dat de feitcode onjuist was toegepast en dat de situatie als dubbel parkeren (feitcode R398) moest worden aangemerkt, wat een lagere sanctie kent.

Het hof oordeelde dat de wijze van parkeren niet voldoet aan de definitie van dubbel parkeren volgens artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, omdat het voertuig haaks naast het parkeervak stond en niet parallel. De hinder voor andere voertuigen die uit de parkeervakken wilden rijden was wel aanwezig, waardoor artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.

Daarom werd de sanctie gehandhaafd en het verzoek tot wijziging van de feitcode afgewezen. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd door het hof bevestigd.

Uitkomst: De sanctie van €150 wegens hinderen van verkeer door verkeerd parkeren wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.307.838/01
CJIB-nummer
: 239277528
Uitspraak d.d.
: 27 maart 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2022, betreffende
[de betrokkene](hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd” (feitcode R395). Deze gedraging zou zijn verricht op
21 januari 2021 om 11.12 uur op de Hans Onversaagdstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat een onjuiste feitcode is toegepast. Daartoe wordt aangevoerd dat als het voertuig van de betrokkene voor een (in een) parkeervak (geparkeerd voertuig) stond geparkeerd er een specifieke feitcode van toepassing is, te weten R398 (dubbel parkeren), met een lager sanctiebedrag. Wanneer een gedraging valt onder een specifieke feitcode, mag geen sanctie worden opgelegd voor algemeen hindergedrag. De gemachtigde verzoekt de feitcode te wijzigen van R395 in R398.
3. De gedraging met feitcode R395 waarvoor de onderhavige sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) dat voor zover relevant luidt:
“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: ik, verbalisant zag dat het voertuig voor de parkeervakken stond. Ik zag dat er in deze vakken voertuigen geparkeerd stonden. Ik zag dat deze voertuigen niet uit de vakken weg konden rijden. De (mogelijke) hinder bestond uit hinder voor de parkeervakken.
Overtreden artikel: 5 WVW 1994 (…)”
5. In het dossier bevindt zich een foto die de ambtenaar ter plaatse heeft gemaakt. Te zien is dat het voertuig van de betrokkene aan de linkerzijde van de rijbaan staat. Aan die zijde van de rijbaan is sprake van meerdere haaks op de weg gelegen parkeervakken, waarin voertuigen (met de neus in de richting van de rijbaan) geparkeerd staan. Niet wordt betwist dat, zoals de ambtenaar stelt, de wijze van parkeren andere voertuigen hinderde bij het wegrijden uit een parkeervak.
6. Naar het oordeel van het hof is de wijze waarop het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond niet aan te merken als dubbel parkeren in de zin van artikel 24, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Van dubbel parkeren is sprake wanneer een voertuig parallel aan een parkeervak wordt geparkeerd, zodat de toegang tot of het vertrek uit dat parkeervak wordt geblokkeerd (vgl. het arrest van het hof van 6 juni 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:4754). Die situatie deed zich hier niet voor. Naar het oordeel van het hof is aan de betrokkene terecht een sanctie opgelegd op grond van artikel 5 van Pro de WVW 1994. Het verzoek van de gemachtigde om wijziging van de feitcode zal het hof dan ook afwijzen.
7. Gelet op het voorgaande zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.