Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 16 augustus 2020 te [pleegplaats] , gemeente [pleeggemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door samen met zijn medeverdachte(n), althans alleen, die [slachtoffer] op te wachten en/of om hem heen/bij hem te gaan staan en/of (vervolgens) die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of te trappen en/of te schoppen, en/of met (een) (honkbal)knuppel(s), althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd te slaan, en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug, althans in het lichaam en/of het hoofd, te steken;
Vrijspraak feit 1
Standpunt advocaat-generaal
Standpunt verdediging
Oordeel hof
‘Kom met zijn 3-en terug dan. Als je het voor hun op wil nemen.’ kan, ook na nader onderzoek in hoger beroep, niet vastgesteld worden dat het slachtoffer die berichten gelezen heeft voor zijn komst naar de woning van [medeverdachte 2] . Van die berichten kan dus niet worden vastgesteld dat zij feitelijk hebben bijgedragen aan zijn komst en derhalve ook niet dat zij een rol hebben gespeeld in de aanloop naar het incident, of dat zij voor verdere escalatie hebben gezorgd. Uit het versturen van de berichten kan hooguit worden afgeleid dat verdachte een confrontatie kon verwachten. Aanknopingspunten om aan te nemen dat de medeverdachten ervan op de hoogte waren dat verdachte deze berichten naar het slachtoffer had gestuurd, ontbreken.
maar ik ken hem verder niet".Ter gelegenheid van haar tweede verhoor tegenover de politie op 17 augustus 2020 verklaart [getuige 1] dat zij die persoon wel herkent als [verdachte] : "
Ik herken [verdachte] altijd aan zijn zwarte tasje".Getuige [getuige 1] verklaart dat de jongen veel met haar neef omgaat en ook bijna dagelijks voor de deur van medeverdachte [medeverdachte 2] zit. [getuige 1] verklaart dat deze persoon aan het slachtoffer, toen het strompelend richting het hekje van haar voortuin liep, een iets te harde duw gaf, wat voor haar een klap leek.
"Niet op dat moment maar nu ik de berichten heb gelezen kan ik wel ongeveer plaatsen dat dit de vader van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] geweest moet zijn".Het hof vraagt zich tegen die achtergrond af hoe het kan dat de getuige in haar allereerste verklaring over de jongen met het zwarte tasje zegt dat zij hem (verder) niet kent maar in haar verklaring van een dag later over diezelfde jongen met het zwarte tasje vertelt dat zij de jongen kent als [verdachte] en hem juist herkent aan dat zwarte tasje. Het hof ziet naast de wijze waarop getuige [getuige 1] de jongen in haar tweede verklaring koppelt aan de naam [verdachte] , ook op grond van andere onderdelen van haar verklaring aanleiding om niet op basis van haar verklaring aan te nemen dat de betreffende jongen verdachte is. Zo heeft zij verklaard dat de jongen die zij als [verdachte] aanduidde een wit T-shirt droeg terwijl uit het dossier blijkt dat verdachte de bewuste nacht een donker T-shirt droeg. In dit verband merkt het hof op dat uit het dossier wel volgt dat [benadeelde 2] die nacht een wit T-shirt droeg en door zijn vader weggeduwd is toen hij hem wilde ondersteunen.
Bewijsoverwegingen feiten 2 en 3
Bewezenverklaring
hij op 14 augustus 2020 te [pleegplaats] , gemeente [pleeggemeente] [persoon 1] heeft mishandeld door hem in het gezicht te slaan.
hij op of omstreeks 16 augustus 2020 te [pleegplaats] , gemeente [pleeggemeente] opzettelijk en wederrechtelijk ruiten (van woning [straat 1] ), die aan een ander, te weten aan [persoon 1] , toebehoorden, heeft vernield.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.