ECLI:NL:GHARL:2023:2806
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning en vaststelling biologisch vaderschap ondanks termijnoverschrijding
De vrouw, geboren in 1961, werd erkend door haar stiefvader in 1963. Uit een vaderschapsonderzoek in 1993 bleek dat haar biologische vader een ander was, die in 2021 overleed. De vrouw verzocht in 2021 om vernietiging van de erkenning door de stiefvader en vaststelling van het vaderschap van haar biologische vader, maar de rechtbank verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de wettelijke termijn van artikel 1:205 lid 4 BW Pro in dit geval een ontoelaatbare inmenging vormt in het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De traumatisering en psychische problemen van de vrouw door de erkenning van haar stiefvader wegen zwaarder dan het belang van rechtszekerheid.
Het hof acht de vrouw ontvankelijk en vernietigt de beschikking van de rechtbank. Het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt toegewezen. De erkenning wordt geacht nooit te hebben bestaan, waardoor de vrouw alleen in familierechtelijke betrekking staat tot haar moeder en haar geslachtsnaam zal worden gewijzigd in die van haar moeder.
De beslissing houdt rekening met het feit dat de moeder en stiefvader zijn overleden en dat de halfzussen instemmen met de vernietiging. De griffier wordt verzocht de uitspraak als latere vermelding aan de geboorteakte toe te voegen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de erkenning door de stiefvader en stelt het vaderschap van de biologische vader vast ondanks overschrijding van de wettelijke termijn.