ECLI:NL:GHARL:2023:3024

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.315.239/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 WVW 1994Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen parkeerboete op afgesloten terrein met gesloten toegangshek

De betrokkene kreeg een boete van €95 voor parkeren op een plek waar een parkeerverbod geldt, namelijk op de Hoofdstraat in Emmen. De betrokkene stelde dat het voertuig op een afgesloten terrein stond achter een theater, met een hek dat na elke doorgang wordt gesloten, waardoor het terrein niet als een voor het openbaar verkeer openstaande weg kan worden aangemerkt.

Het hof onderzocht de situatie en stelde vast dat het toegangshek op het moment van de overtreding gesloten was, waardoor andere weggebruikers geen toegang hadden tot het terrein. Dit betekent dat het terrein niet onder het begrip openbare weg valt zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. De verklaring van de ambtenaar dat het hek op slot was, verandert hier niets aan.

Op grond hiervan vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de boete van de officier van justitie. Tevens werd de door de betrokkene gestelde zekerheid gerestitueerd en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van €1.494. Het arrest werd door mr. De Witt gewezen en uitgesproken in Leeuwarden.

Uitkomst: De boete voor parkeren op het afgesloten terrein met gesloten toegangshek wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.315.239/01
CJIB-nummer
: 230650409
Uitspraak d.d.
: 7 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 17 mei 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] (BRD).
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 december 2019 om 09:10 uur op de Hoofdstraat in Emmen met het voertuig met het Duitse kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert - voor zover hier van belang - aan dat de locatie waar het voertuig van de betrokkene op voormelde datum en tijd stond geparkeerd niet als een voor het openbaar verkeer openstaande weg kan worden aangemerkt. Het voertuig stond op een eigen terrein dat zich achter het theater Loods 13 bevindt en slechts door medewerkers van het theater wordt gebruikt. Dit terrein is afgesloten door middel van een metalen hek en dat hek wordt iedere keer na doorgang afgesloten. Ter onderbouwing zijn foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd en video-beelden (eerder ingebracht in de zaak met Wahv-nummer 200.294.527/01) waaruit blijkt dat het hek na iedere doorgang wordt afgesloten. Daarnaast is een drietal getuigenverklaringen overgelegd. De gemachtigde wijst daarnaast op de foto die ambtenaar heeft opgemaakt met betrekking tot de onderhavige gedraging. Daarop is ook te zien dat het hek is gesloten. De betreffende ambtenaar heeft een eigen sleutel van het hek, doet het hek zelf open om daar een aankondiging van een beschikking onder de ruitenwisser te plaatsen en foto’s van het voertuig te maken, aldus de gemachtigde.
3. Niet betwist is dat het voertuig van de betrokkene op voormelde datum, tijd en locatie stond geparkeerd. In geschil is de vraag of de betreffende locatie behoort tot de openbare weg en derhalve of het parkeerverbod daar van kracht is.
4. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) moet onder het begrip wegen worden verstaan:
“Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.”
5. Voor de beantwoording van de vraag of een (particulier) terrein als een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid aanhef en onder b, van de WVW 1994 moet worden aangemerkt, is beslissend of het terrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat. Daarvoor zijn van belang de feitelijke omstandigheden, zoals of door de rechthebbende(n) wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van het terrein (vgl. HR 8 april 1997, VR 1998, 2).
6. Het hof stelt voorop dat de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd moet worden aangemerkt als een voor het openbaar verkeer openstaande weg, wanneer het toegangshek tot het terrein om de betreffende locatie te bereiken openstaat en overige weggebruikers onbelemmerd toegang tot dat terrein hebben. In dat geval zijn de bij en krachtens de WVW 1994 geldende geboden en verboden aldaar onverkort van kracht en kunnen deze gehandhaafd worden. Naar aanleiding van het verweerschrift van de advocaat-generaal heeft de gemachtigde nieuwe informatie ingebracht. Het hof stelt vast dat het toegangshek op de foto waarop het voertuig van de betrokkene ten tijde van het vaststellen van de gedraging zichtbaar is, gesloten is. Dit betekent dat de toegang tot dat terrein aan andere weggebruikers feitelijk wordt ontzegd, zodat dit terrein op dat moment niet als een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid aanhef en onder b, van de WVW 1994 kan worden aangemerkt. De verklaring van de ambtenaar dat het toegangshek van het slot was, wat daarvan verder zij in het licht van de overgelegde getuigenverklaringen, maakt - anders dan de ambtenaar kennelijk meent - niet dat het terrein, terwijl het hek gesloten is, als een voor het openbaar verkeer openstaande weg kan worden gekwalificeerd. Gelet op het dossier stelt het hof vast dat het hek ten tijde van het vaststellen van de gedraging gesloten was (al dan niet vergrendeld).
7. Het voorgaande brengt mee dat de gedraging niet kan worden vastgesteld en dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal beslissen als hierna te melden.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.494 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (2,5 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.494,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.