ECLI:NL:GHARL:2023:3060

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.271/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 5 WahvArt. 9 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder voor gebruik puntstuk ondanks betwisting bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie van €250,- opgelegd voor het gebruik van een puntstuk op de A73 te Roermond op 20 mei 2021. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de filmopname waarop de overtreding was gebaseerd te laat was verstrekt en dat deze opname buiten beschouwing moest worden gelaten, wat zou moeten leiden tot vernietiging van de beschikking.

Het hof oordeelde dat de sanctie was opgelegd op basis van de eigen waarneming van de ambtenaar en niet op de filmopname. De filmopname was geen op de zaak betrekking hebbend stuk in de zin van artikel 7:18 Awb Pro en hoefde daarom niet eerder te worden verstrekt. Bovendien was de filmopname in hoger beroep alsnog aan de gemachtigde ter beschikking gesteld, die hierop heeft kunnen reageren.

De betwisting van de gedraging door de betrokkene en de korte duur van de filmopname boden geen reden om de sanctie te vernietigen. De verklaring van de ambtenaar dat staandehouding niet mogelijk was, werd als voldoende onderbouwing gezien voor het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder. Het hof wees het beroep af en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, evenals het afwijzen van het verzoek om proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €250,- aan de kentekenhouder en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.271/01
CJIB-nummer
: 241473941
Uitspraak d.d.
: 11 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 1 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2021 om 21:51 uur op de A73 in Roermond met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat een filmopname is gebruikt om de gedraging vast te stellen, waarmee sprake is van een op de zaak betrekking hebbend stuk. Reeds in administratief beroep is om deze opname gevraagd en vervolgens bij elke gelegenheid weer. Pas na het instellen van het hoger beroep is deze filmopname aan de gemachtigde ter beschikking gesteld. De gemachtigde stelt dat dit tardief is en dat de opname buiten beschouwing moet worden gelaten, hetgeen primair, en overeenkomstig het arrest van het hof in de zaak met nummer Wahv 200.253.962, dient te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking en subsidiair tot vergoeding van de proceskosten.
3. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb in de fase van het administratief beroep is gehouden op verzoek aan de indiener van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. In ieder geval moeten als op de zaak betrekking hebbende stukken worden aangemerkt het zaakoverzicht en (als die is gemaakt) een foto van de gedraging. Zoals het hof heeft overwogen in zijn arrest van 1 september 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7565) kunnen zich situaties voordoen waarin ook een filmfragment moet worden aangemerkt als een op de zaak betrekking hebbend stuk.
4. Gelet op het standpunt van de gemachtigde dient het hof te beoordelen of dat hier in deze zaak het geval is.
5. Het hof is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat uit de stukken van het dossier, met name het na te noemen zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal, blijkt dat de ambtenaar de sanctie heeft opgelegd nadat hij de gedraging had vastgesteld op basis van zijn eigen waarneming, en dus, anders dan in het arrest waar de gemachtigde naar verwijst (en dat is te vinden op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2021:2897) niet op basis van een filmopname. Dat de ambtenaar in dat zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal heeft vermeld dat hij ook een filmopname heeft gemaakt, doet daar niet aan af.
6. Voorts acht het hof van belang dat de officier van justitie de filmopname van de ambtenaar niet heeft geraadpleegd bij de beoordeling van het beroep. De officier van justitie heeft, naar aanleiding van hetgeen in het administratief beroepschrift was aangevoerd, de ambtenaar gevraagd om een beschrijving van de gemaakte beelden te geven en relevante screenshots bij te voegen. Een en ander heeft de ambtenaar gedaan. Deze stukken zijn de gemachtigde ter beschikking gesteld. Er valt geen rechtsregel aan te wijzen die zich hiertegen verzet. Het hof overweegt daartoe dat de gemachtigde in administratief beroep slechts heeft aangevoerd dat de betrokkene zelf niet aanwezig was op de pleeglocatie en dat de ambtenaar onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom de bestuurder niet kon worden staande gehouden. Voor de beoordeling van deze bezwaren is het raadplegen van de filmopname niet noodzakelijk. Gelet hierop doet de situatie dat de filmopname potentieel opheldering kan geven over voor de beoordeling van het beroep relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat zich hier niet voor (vgl. overweging 5 van het arrest van het hiervoor genoemde arrest van 1 september 2022). Dat de betrokkene, zoals de gemachtigde in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht, belang heeft bij de beelden omdat hij hoopt zo te kunnen achterhalen wie ten tijde van de gedraging zijn voertuig bestuurde, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Dit betreft niet een aspect dat voor de beoordeling van het beroep relevant is.
7. Uit het voorgaande volgt dat de filmopname geen op de zaak betrekking hebbend stuk is (geworden), zodat de officier van justitie deze niet aan de betrokkene hoefde te verstrekken. Van schending van artikel 7:18, vierde lid, van de Wahv is dan ook geen sprake.
8. In hoger beroep is de filmopname aan de gemachtigde ter beschikking gesteld. De gemachtigde heeft op deze opname kunnen reageren en gereageerd. Gelet hierop bestaat geen grond om deze opname buiten beschouwing te laten en om die reden de inleidende beschikking te vernietigen.
9. In hoger beroep heeft de gemachtigde aangevoerd dat de betrokkene de gedraging betwist. Daarbij heeft hij, nadat hij de beschikking had gekregen over de filmopname, aangevoerd dat de bestuurder niet is staande gehouden en dat de betrokkene in zijn verweer wordt belemmerd, nu het fragment maar van zeer korte duur is en nauwelijks meer toont dan wat op de foto is te zien; zodoende is niet te zien wat voorafgaat aan de gedraging en zijn de omstandigheden niet duidelijk.
10. Het zaakoverzicht in het dossier bevat de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Deze verklaring houdt in, zakelijk weergegeven, dat de ambtenaar op voormelde datum op het viaduct boven de A73 stond en zag dat voormeld voertuig over het puntstuk ter plaatse reed. De ambtenaar geeft voorts als “reden geen staandehouding” op dat hij in burger was, op het viaduct stond en geen middelen bij zich had om een stopteken te geven. Ook vermeldt de ambtenaar dat hij van de gedraging een filmopname heeft gemaakt. Voorts heeft de ambtenaar in een aanvullend proces-verbaal omschreven wat te zien is op de filmopname en heeft hij een screenshot daarvan bijgevoegd. Op dit screenshot is te zien dat het voertuig met voormeld kenteken zich op een puntstuk bevindt.
11. Hetgeen de gemachtigde in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om aan de inhoud van deze verklaringen en de foto te twijfelen. De enkele betwisting van de gedraging is daartoe onvoldoende. Dat de duur van de filmopname te kort is om de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht te kunnen vaststellen vormt evenmin aanleiding voor vernietiging van de inleidende beschikking. Het ligt op de weg van een betrokkene, ter adstructie van zijn standpunt dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht oplegging van de sanctie niet billijken dan wel nopen tot matiging van het bedrag van de sanctie, om die omstandigheden aannemelijk te maken.
12. Voor zover de gemachtigde in hoger beroep er (ook) over klaagt dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene niet is staande gehouden, blijkt uit de verklaring van de ambtenaar genoegzaam dat zich daartoe geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan. De sanctie is dus terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
13. De beroepsgronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van ene proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.