ECLI:NL:GHARL:2023:3065

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
11 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.313.656/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiele telefoon tijdens het rijden

De betrokkene kreeg een boete van €250 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A10 in Amsterdam op 15 januari 2021. De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene af en ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

De betrokkene voerde aan dat uit de beschikbare gegevens niet kon worden vastgesteld dat het voorwerp een mobiel elektronisch apparaat was. Het hof beoordeelde de foto’s waarop duidelijk zichtbaar was dat de betrokkene een mobiele telefoon vasthield. De ambtenaar had op basis van de beelden en het zaakoverzicht terecht vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden.

Het hof oordeelde dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende waren om twijfel te zaaien over de juistheid van de gegevens. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: De boete van €250 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.313.656/01
CJIB-nummer
: 238989467
Uitspraak d.d.
: 11 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 januari 2021 om 19:58 uur op de A10, bij hectometerpaal 24.9 links in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Op de foto’s is wel te zien dat de bestuurder een voorwerp vasthoudt, maar niet gebleken is dat dit voorwerp een mobiel elektronisch apparaat betreft dat kan worden gebruikt voor communicatie of informatieverwerking. De foto’s die zich in het dossier bevinden kunnen die conclusie niet rechtvaardigen. De aanname dat het om een dergelijk voorwerp gaat verhoudt zich niet met de onschuldspresumptie ex artikel 6 van Pro het EVRM.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag met een camerasysteem op basis van drie beelden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”
5. Voorts bevat het dossier de foto’s van de gedraging. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. De bestuurster van het voertuig is door de voorruit gefotografeerd. Op de foto’s is te zien dat de bestuurster tijdens het rijden met de rechterhand een mobiele telefoon vasthoudt.
6. Het hof stelt vast dat op de foto's duidelijk is te zien dat de betrokkene een mobiele telefoon vasthoudt. De uiterlijke kenmerken van het voorwerp dat zij vasthoudt en de wijze waarop zij dit doet, laten er geen enkele twijfel over bestaan dat de betrokkene een mobiel elektronisch apparaat met haar hand vasthoudt. De ambtenaar heeft terecht vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Nu de aangevoerde grond geen doel treft, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.