ECLI:NL:GHARL:2023:3114

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
12 april 2023
Zaaknummer
200.311.551/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:253t BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing adoptieverzoek en toewijzing gezamenlijk gezag met naamswijziging minderjarige

De stiefvader verzocht om adoptie van het kind van zijn echtgenote en om wijziging van de geslachtsnaam. De rechtbank wees het adoptieverzoek af en ook de naamswijziging. In hoger beroep bevestigt het hof dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie, omdat het niet vaststaat dat het kind niets meer van zijn biologische vader te verwachten heeft. De vader heeft weliswaar jarenlang geen contact gehad, maar wil in de toekomst wel een rol spelen in het leven van het kind.

Het hof benadrukt dat het belang van het kind voorop staat, met name het belang bij het kennen van de biologische vader voor haar identiteitsontwikkeling. De stiefvader en moeder hebben gezamenlijk verzocht om gezamenlijk gezag over het kind en wijziging van de geslachtsnaam. De vader staat hierachter en verzet zich niet.

Het hof oordeelt dat aan alle wettelijke voorwaarden voor gezamenlijk gezag en naamswijziging is voldaan, en dat dit in het belang van het kind is. De beschikking van de rechtbank wordt voor zover het adoptieverzoek betreft bekrachtigd, maar vernietigd voor zover het gaat om gezamenlijk gezag en naamswijziging. Het gezamenlijk gezag wordt toegekend en de geslachtsnaam van het kind wordt gewijzigd in die van de stiefvader.

Uitkomst: Het adoptieverzoek wordt afgewezen, maar het gezamenlijk gezag en de naamswijziging worden toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.311.551/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 134183
beschikking van 4 april 2023
in de zaak van
[verzoeker](de stiefvader),
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. J.S. Özsaran te Groningen.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

1.[de moeder] (de moeder),

wonende te [woonplaats1] ,

2.[de vader] (de vader),

wonende te [woonplaats2] .
In zijn adviserende en/of toetsende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Noord Nederland, locatie Groningen.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 23 februari 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 20 mei 2022;
- een brief van de raad van 21 juni 2022;
- een journaalbericht namens de stiefvader van 1 juli 2022 met bijlage(n);
- een brief van de vader van 12 juli 2022.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 9 maart 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de stiefvader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder; en
- de vader.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2012. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over haar uit.
3.2
Sinds 2014 heeft de moeder een relatie met de stiefvader. Sinds 24 maart 2015 staan zij op hetzelfde adres ingeschreven. Op 17 juli 2018 zijn de stiefvader en de moeder met elkaar gehuwd.
3.3
Er is geen contact tussen de vader en [de minderjarige] .

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de stiefvader dat strekt tot adoptie van [de minderjarige] en zijn verzoek om te bepalen dat [de minderjarige] zijn geslachtsnaam zal dragen, afgewezen.
4.2
De stiefvader is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen.
De stiefvader heeft tevens zijn verzoek vermeerderd, voor het geval zijn verzoek tot adoptie niet wordt toegewezen. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog rechtdoende:
Primair
I. de adoptie van [de minderjarige] door de stiefvader uit te spreken;
Subsidiair
II. te bepalen dat hij (naar het hof begrijpt:) tezamen met de moeder belast wordt met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] ;
Zowel primair als subsidiair
III. te bepalen dat [de minderjarige] de geslachtsnaam [verzoeker] zal dragen en derhalve [de minderjarige] [achternaam verzoeker] zal heten.
4.3
De vader heeft ter zitting verweer gevoerd en hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen, met dien verstande dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de hiervoor onder II en III vermelde verzoeken van de stiefvader.

5.De motivering van de beslissing

De adoptie
5.1
Ingevolge artikel 1:227 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verzoek tot adoptie uitsluitend worden toegewezen, indien (i) de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, (ii) op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en (iii) aan de in artikel 1:228 BW Pro genoemde voorwaarden wordt voldaan. Blijkens artikel 1:228 lid 1 sub d BW Pro is een van de voorwaarden voor adoptie dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt. Volgens lid 2 van dit artikel kan aan de tegenspraak van de ouder (onder meer) worden voorbijgegaan indien het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd.
5.2
Het hof is van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat [de minderjarige] niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder heeft te verwachten en overweegt hiertoe als volgt.
5.3
Uit de stukken en wat ter zitting bij het hof is gezegd, is gebleken dat de vader en de inmiddels 10-jarige [de minderjarige] jarenlang geen contact met elkaar hebben gehad en dat [de minderjarige] nauwelijks weet wie haar vader is. Volgens de stiefvader en de moeder heeft de vader te weinig ondernomen om het contact met [de minderjarige] te herstellen. Uit hetgeen de vader op de zitting heeft verklaard, maakt het hof op dat de vader wel een aantal pogingen heeft ondernomen om in contact te komen met [de minderjarige] . Omdat hij hierbij geen medewerking heeft ervaren van de moeder en de stiefvader, ook niet nadat hij cadeautjes en kaartjes naar [de minderjarige] heeft gestuurd, heeft hij echter geen verdere (juridische) stappen in die richting gezet. De vader heeft ter zitting erkend dat hij in de loop der jaren meer moeite had kunnen doen om het contact met [de minderjarige] te herstellen, maar (mede) omdat hij de slechte verhouding tussen hem en de moeder niet verder op scherp wilde stellen, heeft hij dat niet gedaan en een afwachtende houding aangenomen. Gelet hierop en naar aanleiding van de verklaring van de vader ter zitting dat hij nog steeds wil toewerken naar contactherstel en uiteindelijk omgang met [de minderjarige] , maakt het hof op dat de vader in de toekomst een rol in het leven van [de minderjarige] wil en kan vervullen. Hiermee staat dan ook op dit moment niet vast dat voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat [de minderjarige] niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Het argument van de stiefvader (en de moeder) dat met de adoptie vaststaat dat de stiefvader (samen met de moeder) verantwoordelijk is voor de verzorging van [de minderjarige] , ook als de moeder iets naars zou overkomen, maakt het oordeel van het hof niet anders. De wet biedt de stiefvader immers de mogelijkheid om die verantwoordelijkheid voor een kind op een andere manier te regelen. Het verzoek van de stiefvader tot adoptie van [de minderjarige] zal dan ook worden afgewezen. Het hof benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de vader is om de verwachtingen ten aanzien van zijn rol als vader van [de minderjarige] waar te maken, maar ook van de moeder en de stiefvader om de vader hiertoe de benodigde mogelijkheden en ruimte te bieden. Bij hun handelen hierin zullen zij het belang van [de minderjarige] voorop moeten stellen. Dit belang houdt in haar geval in dat het goed is voor haar identiteitsontwikkeling haar biologische vader te kennen. Daarbij is vooral belangrijk dat zij weet dat deze vader van haar houdt, haar erkent in haar bestaan en er voor haar wil zijn. Op grond van het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover die betrekking heeft op het adoptieverzoek.
Het gezamenlijk gezag en de wijziging van de geslachtsnaam
5.4
Op grond van artikel 1:253t lid 1 BW kan de rechter, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.
Het tweede lid van genoemd artikel bepaalt dat, in het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder, het verzoek slechts wordt toegewezen, indien:
a. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en
b. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.
Het derde lid van genoemd artikel bepaalt dat het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Het vijfde lid van genoemd artikel bepaalt dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid vergezeld kan gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien
a. het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;
b. het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of
c. het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.
5.5
Tijdens de zitting bij het hof is aan de orde geweest dat de verzoeken met betrekking tot het gezamenlijk gezag en de wijziging van de geslachtsnaam alleen door de stiefvader, en niet, zoals de wet voorschrijft, door de stiefvader en de moeder gezamenlijk zijn gedaan. De moeder heeft ter zitting bij het hof verklaard dat zij het eens is met de verzoeken van de stiefvader. De stiefvader en de moeder hebben het hof ter zitting gevraagd om de verzoeken van de stiefvader, indien mogelijk, te beschouwen als hun gezamenlijke verzoek. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij achter de verzoeken tot het verkrijgen van gezamenlijk gezag en de naamswijziging staat, dat hij ermee instemt om deze verzoeken van de stiefvader als gezamenlijk verzoeken van de stiefvader en de moeder te beschouwen en dat hij zich bewust is van de consequenties hiervan. Gelet op het voorstaande en in het kader van een efficiënte rechtspraak, zal het hof de verzoeken van de stiefvader als gezamenlijke verzoeken van de stiefvader en de moeder beschouwen en een beslissing geven op deze verzoeken.
5.6
Zoals hiervoor opgemerkt kan de vader achter de verzoeken van de stiefvader en de moeder staan met betrekking tot het gezamenlijk gezag en de wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] . De moeder en de stiefvader hebben tijdens de zitting bij het hof verklaard dat het ook de wens van [de minderjarige] is dat officieel geregeld wordt dat (naast de moeder) de stiefvader voor haar zorgt en verantwoordelijk voor haar is en dat het haar wens is om, net als de rest van de leden van het gezin waar zij deel van uitmaakt, ‘ [achternaam verzoeker] ’ te heten. Het hof is van oordeel dat, nu aan alle in de wet genoemde voorwaarden is voldaan en er geen gegronde vrees bestaat dat met inwilliging van het verzoek tot verkrijging van het gezamenlijk gezag de belangen van [de minderjarige] zullen worden verwaarloosd en het belang van [de minderjarige] zich niet verzet tegen de wijziging van haar geslachtsnaam in ‘ [achternaam verzoeker] ’, het in het belang van [de minderjarige] is dat de moeder en de stiefvader worden belast met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] en dat haar geslachtsnaam wordt gewijzigd in ‘ [achternaam verzoeker] ’. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen voor zover die betrekking heeft op de wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] en de verzoeken van de stiefvader en de moeder toewijzen met betrekking tot het gezamenlijk gezag en de wijziging van de geslachtsnaam.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 23 februari 2022 voor zover die ziet op de afwijzing van het verzoek tot adoptie;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 23 februari 2022 voor zover die ziet op de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam en, (opnieuw) rechtdoende:
belast de stiefvader samen met de moeder met het gezag over [de minderjarige] ;
wijzigt de geslachtsnaam van [de minderjarige] en bepaalt dat zij de geslachtsnaam ‘ [achternaam verzoeker] ’ zal dragen en voortaan [de minderjarige] [achternaam verzoeker] zal heten;
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand te Groningen hiervan melding te doen op de akte van inschrijving van de geboorteakte van genoemde minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C. Coster, J.G. Idsardi en L. van Dijk, bijgestaan door mr. T. van der Veen als griffier, en is op 4 april 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.