Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechthebbende, geboren in 1973, is sinds augustus 2016 onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. In juni 2022 verzocht hij de kantonrechter het bewind op te heffen, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechthebbende ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de rechthebbende toe dat hij door het bewind grote psychische druk en stress ervaart, mede doordat onduidelijk is wanneer het bewind zal eindigen. Dit belemmert hem in het oppakken van zijn leven, terwijl hij ook zorgt voor zijn slechtziende broers en administratieve taken voor hen verricht. De bewindvoerder stelde dat de rechthebbende zijn financiën niet overziet, maar erkende dat beëindiging van het bewind de beste optie is als het bewind als belemmering wordt ervaren.
Het hof oordeelde dat voortzetting van het bewind niet langer zinvol is en meer nadelen dan voordelen oplevert. Daarom werd het bewind met ingang van 1 mei 2023 opgeheven, zodat de bewindvoerder de eindrekening en verantwoording kan opmaken.
Uitkomst: Het gerechtshof heft het beschermingsbewind op met ingang van 1 mei 2023 wegens psychische druk en belemmering van de rechthebbende.