Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 13 april 2023 het vonnis van de rechtbank Overijssel van 15 maart 2022 bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van de uitvoer van circa 48 kilo amfetamine naar Zweden en medeplegen van een poging tot afpersing.
Het hof verwierp het verweer van de verdediging dat het bewijs verkregen via Encrochatdata uitgesloten moest worden. Het hof oordeelde dat het onderzoek naar de Encrochatdata rechtmatig was, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de Nederlandse strafrechter niet bevoegd is de rechtmatigheid van buitenlandse onderzoekshandelingen te toetsen.
Ook het verweer dat de verklaring van de inmiddels overleden getuige niet gebruikt mocht worden, werd verworpen. Het hof stelde vast dat de verklaring niet de enige of doorslaggevende basis voor de bewezenverklaring vormde en dat deze voldoende werd ondersteund door andere bewijzen, waaronder chatberichten.
De identiteit van verdachte als gebruiker van de Encrochat-accounts werd door het hof voldoende vastgesteld, waarbij het ontbreken van een nadere verklaring van verdachte over de chats in zijn nadeel werd meegewogen.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor de vrijspraak van mishandeling en bevestigde het vonnis van de rechtbank met aanvullende overwegingen.