ECLI:NL:GHARL:2023:3244

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.315.662/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 1 sub a RVV 1990Art. 24 lid 1 sub a RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren binnen vijf meter van kruispunt op grond van discretionaire bevoegdheid

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd voor het parkeren binnen vijf meter van een kruispunt op de Richard Wagnerlaan te Utrecht op 28 augustus 2021. De betrokkene stelde dat het voertuig op het kruispunt stond en dat de sanctie op grond van feitcode R396a (stilstaan op kruispunt) had moeten worden opgelegd, wat een hogere boete met zich meebrengt.

Het hof oordeelt op basis van de foto dat het voertuig deels op en deels binnen vijf meter van het kruispunt stond, waardoor feitcode R397a (parkeren binnen vijf meter van kruispunt) van toepassing is. De ambtenaar had discretionaire bevoegdheid om te kiezen welke sanctie passend was en heeft terecht de lagere sanctie opgelegd.

De gronden van de betrokkene slagen niet en het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Tevens wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest is gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De sanctie van €100 voor parkeren binnen vijf meter van een kruispunt wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.315.662/01
CJIB-nummer
: 243807564
Uitspraak d.d.
: 17 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 18 juli 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “R397a - een voertuig parkeren binnen 5 meter van een kruispunt”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 augustus 2021 om 19:36 uur op de Richard Wagnerlaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat het voertuig van de betrokkene op een kruispunt stond. Op basis van de foto van de gedraging kan de gedraging niet worden vastgesteld, nu er geen kruisingsvlak is vastgesteld. De ambtenaar had een sanctie dienen op te leggen voor de gedraging met feitcode R396a en niet, zoals in dit geval, voor de gedraging met feitcode R397a. De gemachtigde geeft daarbij aan dat het wijzigen van de feitcode in deze zaak niet tot de mogelijkheden behoort, omdat aan feitcode R396a een hoger sanctiebedrag is gekoppeld.
3. De onderhavige gedraging met feitcode R397a betreft een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“1. De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:
a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan;”
4. De gedraging met feitcode R396a betreft een overtreding van artikel 23, eerste lid, aanhef en onder a, van het RVV 1990. Dit artikel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“1. De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:
a. op een kruispunt of een overweg;”
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat voertuig een halve dag op een kruispunt geparkeerd stond.
Overtreden artikel: 24 lid 1 sub a RVV 1990. (…)
Reden geen staandehouding: geen bestuurder aanwezig. (…).”
6. Het dossier bevat voorts een door de ambtenaar gemaakte foto van de gedraging. Op die foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene ter hoogte van de afronding van de hoeken van een kruising staat. Het voertuig bevindt zich nagenoeg geheel buiten het weggedeelte dat aan de wegen gemeenschappelijk is en tot het kruisingsvlak wordt gerekend.
7. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de foto worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene stond op een afstand van minder dan vijf meter van een kruispunt. De omstandigheid dat de voorzijde van het voertuig voor een klein deel op het kruispunt stond, doet daaraan niet af. Evenmin is relevant dat op basis van de foto het kruisingsvlak niet geheel kan worden vastgesteld. Derhalve stelt het hof vast dat de gedraging met feitcode R397a is verricht.
8. De ambtenaar heeft voor deze gedraging terecht een sanctie opgelegd. De omstandigheid dat de ambtenaar ook een sanctie had kunnen opleggen voor de gedraging met feitcode R396a doet daaraan niet af. De ambtenaar heeft op dit punt een discretionaire bevoegdheid. Niet kan worden geoordeeld dat de ambtenaar in dit geval niet in redelijkheid tot oplegging van deze sanctie, die een lager sanctiebedrag kent, heeft kunnen komen.
9. De gronden van de gemachtigde treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een van proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.