Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:3304

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
18 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.313.931/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArtikel 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige kaart

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €400 voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 1 april 2021 in Spijkenisse. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €310, maar wees een proceskostenvergoeding af.

De gemachtigde van de betrokkene stelde dat het voertuig slechts kort stond stil en dat de situatie onduidelijk was door de positionering van het verkeersbord E6, waardoor niet duidelijk was welk wegvak het bord betrof. Ook werd aangevoerd dat het geen aso-overtreding betrof en dat de betrokkene direct had kunnen vertrekken.

Het hof oordeelde dat het bord E6, haaks geplaatst, normaal gesproken geldt voor het wegvak direct achter het bord, ook als er geen belijning is. Omdat het voertuig direct vóór het bord stond en er geen andere aanwijzingen waren dat dit een gehandicaptenparkeerplaats was, kon niet worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden.

Daarom vernietigde het hof de sanctie en de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.703,25 aan de betrokkene.

Uitkomst: Sanctie parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige kaart vernietigd en proceskosten aan betrokkene toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.313.931/01
CJIB-nummer
: 240401672
Uitspraak d.d.
: 18 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 juli 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 310,- (vermeerderd met € 9,- administratiekosten). Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft geen verweerschrift ingediend. Wel is nog aanvullende informatie van de advocaat-generaal ontvangen. Deze is (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene, waarbij de gemachtigde van de betrokkene de gelegenheid heeft gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als bestuurder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 400,- voor: “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 april 2021 om 12.59 uur op de Raadhuislaan in Spijkenisse met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 310,-.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het voertuig van de betrokkene kort heeft stilgestaan op een parkeerplaats. Het betreffende parkeervak was niet voorzien van een kruis en het verkeersbord stond zodanig raar opgesteld dat niet te zien is waar dit bord nu voor gold. De gemachtigde merkt op dat een onduidelijke situatie niet voor risico van de betrokkene mag komen. Hij verwijst daarbij naar rechtspraak van het hof. Verder voert de gemachtigde - kort gezegd - aan dat hier geen sprake is van een zogenaamde aso-overtreding en dat de betrokkene a la minuut zijn voertuig had kunnen wegzetten als hij al een gehandicaptenparkeerplaats bezet had gehouden. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat het betrokken voertuig met gevarenlichten geparkeerd stond. Ik zag dat het betrokken voertuig leeg was. Ik zag dat de bestuurder van het betrokken voertuig aangerend kwam uit de bank. Ik zag dat de betrokkene parkeerde op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijke zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart.
Verklaring betrokkene: “Ik kwam zakelijk pinnen.”
5. Het dossier bevat verder foto’s van de gedraging en een afdruk van Google Maps Street View. Hierop is aan de rechterkant van de rijbaan een parkeerstrook te zien. Het voertuig van de betrokkene staat aan het begin van deze strook geparkeerd direct voor een haaks op de wegas bevestigd verkeersbord E6. Op deze met klinkers bestrate strook is geen (zichtbare) belijning aanwezig.
6. Bij een haaks op de weg aangebracht bord E6 geldt, tenzij anders aangegeven, dat het verkeersbord gelding heeft voor het wegvak dat onmiddellijk daarachter is gelegen (vgl. het arrest van het Hof Leeuwarden van 10 september 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:4141). Dit geldt ook bij een wegvak dat niet van belijning is voorzien.
7. Nu het voertuig van de betrokkene direct voor het bord E6 stond geparkeerd en uit de stukken niet blijkt dat op andere wijze kenbaar is gemaakt dat de plaats waar de betrokkene zijn voertuig heeft geparkeerd als gehandicaptenparkeerplaats moet worden aangemerkt, kan naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Het bovenstaande brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Gelet hierop hoeven de overige bezwaren van de gemachtigde niet meer te worden besproken. Het hof zal als volgt beslissen.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en het bijwonen van de zitting van de kantonrechter dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.