Belanghebbende heeft BPM betaald op basis van de CO2-uitstoot van zijn nieuwe Jaguar F-Pace, maar betwist dat de volledige geregistreerde uitstoot maatgevend is en stelt dat 10% van de uitstoot, veroorzaakt door bio-ethanol, niet als vervuilend moet worden meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof onderzocht of de wettekst ruimte laat voor een vermindering van de BPM-heffing vanwege het bio-ethanolgebruik en of het Unierecht tot een andere uitleg verplicht.
Het hof oordeelde dat de wettekst helder is en dat de CO2-uitstoot zoals geregistreerd leidend is voor de BPM-heffing. De intentie van de wetgever sluit aan bij het principe 'de vervuiler betaalt', maar dit betekent niet dat bio-ethanoluitstoot buiten beschouwing moet worden gelaten. Ook het Unierecht verplicht geen vermindering van de BPM.
Verder wees het hof het beroep af dat de auto deels als nulemissievoertuig moet worden beschouwd, aangezien nulemissievoertuigen een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer hebben en de vrijstelling daarvoor niet geldt voor auto's met een verbrandingsmotor.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.