ECLI:NL:GHARL:2023:34

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 januari 2023
Publicatiedatum
3 januari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.306.467/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren met drie wielen op trottoir ondanks klein parkeervak

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het parkeren met drie wielen op het trottoir, wat volgens artikel 10, eerste lid, RVV 1990 verboden is. De betrokkene stelde dat het kleine parkeervak en de afwijkende hoek van de trottoirband het parkeren deels op het trottoir rechtvaardigden, en dat het weggedeelte niet als trottoir kon worden aangemerkt.

Het hof oordeelde dat het weggedeelte naar uiterlijke verschijningsvorm bestemd is voor voetgangers en dus als trottoir moet worden beschouwd. Het feit dat het parkeervak te klein was, rechtvaardigt niet dat het voertuig deels op het trottoir staat. De betrokkene had elders moeten parkeren.

Het hof wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Er was geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel omdat het beleid ten aanzien van dergelijke gedragingen consistent werd toegepast.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €95 voor het parkeren met drie wielen op het trottoir en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.306.467/01
CJIB-nummer
: 233535783
Uitspraak d.d.
: 3 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2021, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 april 2020 om 21:51 uur op de locatie Onstein in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden van het geval het opleggen van en sanctie niet rechtvaardigen. Doordat de hoek van de trottoirband anders is dan de hoek van de weg, wordt er een klein parkeervak gecreëerd. De bestuurder van het voertuig van de betrokkene heeft in dit kleine parkeervak geparkeerd en stelt dat het niet voor rekening en risico van de betrokkene kan komen als de neus van de auto zich boven het trottoir bevindt. Uit Google Maps blijkt andere weggebruikers op soortgelijke manier parkeren, omdat het parkeervak niet diep genoeg is aangelegd. Daarnaast voert de gemachtigde aan dat de betreffende locatie niet valt aan te merken als trottoir, nu dit niet voor het verkeer van voetgangers bestemd is. De sanctie is dan ook ten onrechte opgelegd.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat - voor zover hier van belang - bepaalt dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: het voertuig stond geparkeerd op een weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van voetgangers, zijnde een voetpad c.q. trottoir. (…) Ik zag dat het voertuig met drie wielen op het trottoir stond.”
5. Daarnaast bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal van 8 januari 2021, waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Ik zag dat het voertuig met kenteken [kenteken] met vier wielen op het trottoir stond.”
6. De betrokkene en de gemachtigde hebben foto’s en afdrukken afkomstig uit Google Maps, Street View overgelegd. Daaruit blijkt dat op de Onstein meerdere parkeervakken aanwezig zijn. De parkeervakken zijn met klinkers bestraat en tussen de parkeervakken in en aan de kant van de rijbaan worden zij begrensd met witte klinkers. Aan de voorzijde van de parkeervakken en aan de zijkanten van de buitenste vakken is een verhoogde trottoirband aanwezig. Aan de andere kant van die trottoirband bevinden zich trottoirtegels. Het laatste vak op de rij is korter dan de andere vakken.
Het hof heeft hieronder ter verduidelijking een afbeelding afkomstig uit Google Maps Street View opgenomen:
7. Uit de verklaring van de ambtenaar en de foto’s van de gedraging blijkt dat het voertuig van de betrokkene met meerdere wielen op het met trottoirtegels bestrate gedeelte heeft gestaan. Dit wordt door de betrokkene ook niet ontkend.
8. Gelet op hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd, moet worden beoordeeld of het weggedeelte waar het voertuig van de betrokkene met meerdere wielen op stond, moet worden aangemerkt als een trottoir. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van het begrip “trottoir”. Bij het bepalen of een weggedeelte als trottoir moet worden aangemerkt, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.
9. Naar het oordeel van het hof is dat weggedeelte naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt en moet dit dus worden aangemerkt als een trottoir. Er is sprake van een verhoogd met trottoirtegels bestraat weggedeelte dat is omsloten met trottoirbanden. Aldus faalt de grond en kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Gelet op hetgeen overigens door de gemachtigde is aangevoerd, dient het hof vervolgens te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten.
11. Naar het oordeel van het hof is in dit geval niet gebleken van omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden die het opleggen van een sanctie niet billijken. Niet aannemelijk is geworden dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene ten tijde van de gedraging niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Indien het beschikbare parkeervak te klein is voor het voertuig van de betrokkene, had de bestuurder van het voertuig van de betrokkene voor zijn voertuig elders een parkeergelegenheid kunnen en dienen te zoeken.
12. Gelet hierop is niet gebleken van redenen die aanleiding geven de sanctie te matigen of in zijn geheel achterwege te laten. Hieraan doet niet af dat andere weggebruikers ook op de door de bestuurder gebruikte wijze parkeren en - zo begrijpt het hof het verweer - zonder sanctie zouden zijn gebleven. Dit betekent niet dat ook de betrokkene, die de gedraging heeft verricht, van een sanctie gevrijwaard zou moeten blijven. Het hof wijst er in dit licht op dat van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene alleen sprake is als zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene is afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (vgl. de uitspraak van het Hof Leeuwarden van 8 oktober 2003, te vinden op rtechtspraak.nl. ECLI:NL:GHLEE:2003:AM5326). Daarvan is in dit geval niet gebleken.
13. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.