ECLI:NL:GHARL:2023:3400

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.315.657/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 68 lid 1 sub c RVV 1990Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie rijden door rood ondanks onduidelijkheid verkeerslicht en staandehouding

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden door rood bij een driekleurig verkeerslicht op 19 juni 2021 in Utrecht. De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie af, waarna hoger beroep werd ingesteld.

De verdediging voerde aan dat de overtreding onvoldoende was geïndividualiseerd, omdat niet duidelijk was welk verkeerslicht werd genegeerd en dat het verkeerslicht niet als driekleurig was vastgesteld. Ook werd betwist dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.

Het hof oordeelde dat het dossier voldoende gegevens bevatte om de gedraging te individualiseren, dat de overtreding betrekking had op een driekleurig verkeerslicht zoals bepaald in het RVV 1990, en dat de verklaring van de ambtenaar over de verkeerssituatie voldoende was om de sanctie aan de kentekenhouder toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €250,- voor rijden door rood en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.315.657/01
CJIB-nummer
: 242057239
Uitspraak d.d.
: 20 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 21 juli 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2021 om 14:33 uur op de Terwijdesingel in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging onvoldoende individualiseerbaar is. De ambtenaar verklaart niet in welke rijrichting de bestuurder van het voertuig van de betrokkene reed. Hierdoor is niet bekend welk verkeerslicht is genegeerd. Dit kan het verkeerslicht in de richting van de Vleutensebaan zijn, maar ook het verkeerslicht in de richting van de Stadsbaantunnel. Verder blijkt uit de verklaring van de ambtenaar niet dat sprake was van een driekleurig verkeerslicht, hetgeen noodzakelijk is om de gedraging vast te kunnen stellen. Tot slot stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat met een vlotte snelheid werd gereden en dat de ambtenaar niet achter het voertuig aan kon in verband met de verkeersdrukte. Zonder nadere motivering is deze verklaring te summier om aan te kunnen nemen dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 2,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde.
Plaatsaanduiding verkeerslicht: boven het wegdek. Kruising met de Stockholmstraat.
Overtreden artikel: 62 jo 68 lid 1 sub c RVV 1990. (…).
Reden geen staandehouding: betrokken voertuig reed op een vlotte manier door het verkeer en overschreed ook een doorgetrokken streep om vervolgens een wijk in te rijden. Verbalisant kon niet op een veilige en verantwoorde manier achter betrokken voertuig aan in verband met de verkeersdrukte. Voertuig later, geparkeerd, zonder persoon erbij aangetroffen in de wijk. Tevens beschikking opgemaakt voor het overschrijden van een doorgetrokken streep. (…).”
4. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 14 oktober 2021. Het hof leidt uit de inhoud hiervan af dat de in dit proces-verbaal opgenomen verklaring van de ambtenaar betrekking heeft op sanctie die aan de betrokkene is opgelegd voor van het overschrijden van de doorgetrokken streep. Verder verklaart de ambtenaar met betrekking tot de reden van het niet staande houden het volgende:
“Er heeft geen staandehouding plaatsgevonden vanwege de verkeersdrukte. De locatie is gelegen bij een winkelcentrum met daarbij een kruisend fiets- en voetpad. Het doorgaande verkeer moet stoppen wat wordt aangegeven met een STOP-bord. Ten tijde van de overtreding was het druk met fietsers en voetgangers. Betrokken voertuig welke de overtreding pleegde negeerde het STOP-bord en reed tussen het overige verkeer door, de wijk in rechts van het kruispunt gelegen. Ik kon niet direct mee met betrokken voertuig vanwege het tegemoetkomende verkeer en de kruisende fietsers en voetgangers. Als verbalisant dit wel had gedaan dan had ik gevaar of hinder veroorzaakt voor het overige verkeer en misschien wel een aanrijding veroorzaakt. Hierdoor niet op een veilige en verantwoorde manier over kunnen gaan tot staande houden en besloten om te bekeuren op kenteken. Nadat ik op een veilige en verantwoorde manier mijn weg kon vervolgen trof ik het voertuig geparkeerd en afgesloten aan zonder bestuurder bij.”
5. De gegevens in het zaakoverzicht bieden voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dat de ambtenaar niet specifiek heeft verklaard dat het verkeerslicht dat door de bestuurder van het voertuig van de betrokkene werd genegeerd een driekleurig verkeerslicht betrof, doet hieraan niet af. In het zaakoverzicht is immers vermeld dat het een overtreding betreft van de artikelen 62 juncto artikel 68 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin - voor zover hier van belang - is bepaald dat een weggebruiker moet stoppen bij een driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalt. Nu de gedraging voor het overige niet wordt betwist, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.
6. Uitgangspunt in Wahv-zaken is dat het dossier voldoende gegevens bevat om de gedraging waarop de beschikking betrekking heeft te individualiseren. Het gaat dan om informatie over de aard, plaats en tijd van de gedraging en het kenteken van het voertuig. Daar is in dit geval aan voldaan. Naast de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld, staat in het zaakoverzicht dat het de kruising met de Stockholmstraat betrof. Dat de ambtenaar niet heeft aangegeven in welke rijrichting de bestuurder van de betrokkene reed, doet hier niet aan af. Niet aannemelijk is gemaakt dat de plaatsaanduiding in dit geval zo ruim is dat bij de betrokkene enig misverstand kan zijn ontstaan over de vraag waartegen zij zich dient te verdedigen. De grond dat de gedraging onvoldoende individualiseerbaar is faalt dan ook.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. De verklaring van de ambtenaar houdt in dat het vanwege de verkeerssituatie niet mogelijk was om de bestuurder op veilige en verantwoorde wijze staande te houden. Dit vormt voldoende grond om aan te nemen dat zich onder deze omstandigheden geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. De sanctie is dan ook terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De grond faalt.
9. De beroepsgronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er bestaat geen aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.