ECLI:NL:GHARL:2023:3474

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.313.713/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boetesnelheidsovertreding ondanks korte meetafstand en geen staandehouding

De betrokkene kreeg een sanctie van €239,- opgelegd voor 23 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op de Bedrijvenweg te Doetinchem op 27 januari 2021. De gemachtigde voerde aan dat de overtreding onvoldoende was geïndividualiseerd, de meetafstand van 50 meter te kort was voor een betrouwbare meting en dat er geen bewijs was dat de ambtenaar geen reële mogelijkheid had tot staandehouding.

Het hof oordeelde dat de gegevens voldoende waren om de overtreding te individualiseren, mede doordat de locatie nauwkeurig was aangeduid nabij een bedrijfspand aan de Koopmanslaan 27B. De korte meetafstand was geen reden om aan de betrouwbaarheid van de boordsnelheidsmeter te twijfelen, aangezien er geen wettelijke minimum meetafstand geldt voor boordsnelheidsmetingen.

Verder stelde het hof vast dat de ambtenaar onderweg was naar een brandmelding waarbij vuurwerk in een ondergrondse container was gegooid en er sprake was van rookontwikkeling. Hierdoor was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Op grond van artikel 5 Wahv Pro mocht de sanctie daarom aan de kentekenhouder worden opgelegd.

De gronden van de betrokkene faalden en de beslissing van de kantonrechter werd bevestigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De boetesnelheidsovertreding van 23 km/u binnen de bebouwde kom wordt bevestigd ondanks betwisting van meetafstand en staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.313.713/01
CJIB-nummer
: 239161141
Uitspraak d.d.
: 25 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 239,- voor: “23 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2021 om 20:27 uur op de Bedrijvenweg in Doetinchem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging onvoldoende individualiseerbaar is. Er wordt slechts verwezen naar ‘Bedrijvenweg’. Waar op deze weg de meting precies is verricht blijft onduidelijk. Onder deze omstandigheden kan de betrokkene zich onvoldoende verdedigen tegen de opgelegde sanctie. Verder voert de gemachtigde aan dat een meetafstand van 50 meter veel te kort is voor een betrouwbare snelheidsmeting. De ambtenaar reed 76 km per uur en heeft de betrokkene dus 2,4 seconden gevolgd. Tijdens het politieonderwijs wordt een meetafstand van ten minste 16 seconden gedoceerd. Steun voor dit standpunt kan worden gevonden in het handboek meetmethodiek mobiele trajectsnelheidsmeter, waarvan de gemachtigde de relevante pagina’s heeft overgelegd. Tot slot voert de gemachtigde aan dat niet is gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De enkele omstandigheid dat de ambtenaar bezig was met een andere melding is hiervoor onvoldoende. De ambtenaar had (kort) moeten omschrijven waarom de aard en spoedeisendheid van die melding een staandehouding in de weg stond.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 80.
Snelheid volgens kalibratietabel: 76.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 73.
Toegestane snelheid: 50
Overschrijding met: 23.
Meetafstand: 50,00 m.
Tussenafstand: 50 m. (…)
Reden geen staandehouding: Verbalisanten waren onderweg naar een melding aan het Schouwburgplein te Doetinchem.”
5. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2021, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 27 januari 2021 omstreeks 20:27 uur was ik samen met mijn collega onderweg naar een melding aan het Schouwburgplein te Doetinchem. Wij reden op de Bedrijvenweg, rijdend in de richting van het centrum van Doetinchem, ter hoogte van bedrijfspand Administratie & Belastingadvies De Veldhoen B.V. gelegen aan de Koopmanslaan 27B te Doetinchem. Wij zagen dat voor ons, op ongeveer 50 meter afstand, een BMW reed voorzien van kenteken [kenteken] . Ik zag op de boordsnelheidsmeter dat wij 80 kilometer per uur reden. Ik zag dat de afstand met de BMW gelijk bleef. Ik zag dat ik de BMW ongeveer 50 meter lang met gelijkblijvende afstand volgde. (…)
Wij konden de bestuurder van het genoemde voertuig niet staande houden, omdat wij onderweg waren naar een melding.”
Als bijlage bij het proces-verbaal is de kalibratietabel van het betreffende dienstvoertuig gevoegd.
6. In hoger beroep is door de advocaat-generaal een proces-verbaal d.d. 29 december 2022 overgelegd, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 27 januari 2021 omstreeks 20:27 uur waren wij onderweg naar een melding waarbij jongeren vuurwerk in een ondergrondse container hadden gegooid, op het Schouwburgplein te Doetinchem. De container zou nog branden volgens de melder, er zou zichtbaar rook uit de container komen. Gezien de gevaarzetting van deze melding reden wij met voorrang, maar zonder optische- en geluidssignalen, richting de genoemde locatie. (…) Gezien het feit dat wij onderweg waren naar bovengenoemde melding hebben wij besloten om het voertuig niet staande te houden.”
7. Uitgangspunt in Wahv-zaken is dat het dossier voldoende gegevens bevat om de gedraging waarop de beschikking betrekking heeft te individualiseren. Het gaat dan om informatie over de aard, plaats en tijd van de gedraging en het kenteken van het voertuig. Daar is in dit geval aan voldaan. Uit het dossier blijkt namelijk niet alleen dat de meting is verricht op de Bedrijvenweg, maar ook dat dit is gebeurd ter hoogte van een bedrijfspand dat is gelegen aan de Koopmanslaan 27B en dat de rijrichting naar het centrum was. De grond dat de gedraging niet voldoende individualiseerbaar is faalt dan ook.
8. Het hof ziet in hetgeen door de gemachtigde is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. Dat de meetafstand kort was geeft daartoe geen aanleiding. Er is geen rechtsregel die voor boordsnelheidsmetingen een minimum meetafstand of tijd voorschrijft. Dat het handboek meetmethodiek mobiele trajectsnelheidsmeter een minimale meettijd van 16 seconden voorschrijft maakt dit niet anders, nu de onderhavige meting niet is verricht met een mobiele trajectsnelheidsmeter, maar met een boordsnelheidsmeter. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat hij op het moment van hij de gedraging constateerde onderweg was naar een melding dat er vuurwerk in een ondergrondse container was gegooid en dat deze container nog brandde. Gelet op de gevaarzetting die dit kan meebrengen is het hof van oordeel dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Aldus is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
11. Nu de gronden van de gemachtigde falen zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.