Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezaghebbende ouders van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2021. De rechtbank Midden-Nederland stelde in december 2022 een zorgregeling vast waarbij de kinderen om het weekend bij de vader verblijven.
De moeder verzocht het hof om voor de duur van het hoger beroep een voorlopige voorziening te treffen die de zorgregeling wijzigt naar eens per veertien dagen een weekend bij de vader. Zij stelde dat de vader de zorgregeling niet consequent nakomt, wat onrust veroorzaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan dat de zorgregeling sinds het hoger beroep goed wordt nagekomen en dat de kinderen het naar hun zin hebben bij de vader. Het hof oordeelde dat er geen reden is om de voorlopige voorziening toe te wijzen en dat de beslissing in de bodemprocedure kan worden afgewacht.
Het verzoek werd daarom afgewezen. Het hof benadrukte dat ouders de afgesproken zorgregeling zelf moeten naleven en de kinderen de kans moeten geven te wennen aan de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening inzake de zorgregeling wordt afgewezen.