Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de voormalige bewindvoerders aansprakelijk zijn voor schade die de rechthebbende zou hebben geleden door het royement van zijn autoverzekering. De bewindvoerders werden ontslagen wegens tekortkomingen in hun zorgplicht, met name rondom het niet tijdig voldoen van de verzekeringspremie.
Het hof stelde vast dat de bewindvoerders niet voortvarend genoeg hebben gehandeld door niet tijdig contact op te nemen met de afdeling debiteurenbeheer van de verzekeraar, ondanks waarschuwingen en verzoeken om actie. Hierdoor zijn zij tekortgeschoten in de zorg van goede bewindvoerders.
Desondanks kon niet worden vastgesteld dat het royement voorkomen had kunnen worden of dat de rechthebbende daadwerkelijk schade had geleden. De rechthebbende had geen hogere premie betaald omdat de auto via zijn vader verzekerd was en had onvoldoende onderbouwd dat hij inkomsten was misgelopen door het royement.
Het hof wees het verzoek tot schadevergoeding af en bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank. Tevens werd een aanvullend verzoek tot toekomstige schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing van schade ondanks tekortschieten bewindvoerders.