Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de gezinshuisouders](de gezinshuisouders),
1.Onderwerp
2.Belangrijke informatie
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen beslissingen van de kinderrechter over de omgangsregeling en het gedeeltelijk gezag van een gecertificeerde instelling (GI) over hun minderjarige kind dat onder toezicht is gesteld.
De kinderrechter had de omgangsregeling beperkt tot eens per vier weken onder voorwaarden en de omgang tijdelijk geschorst vanwege ernstige bedreigingen van de ouders aan het adres van de gezinshuisouders en de GI. Tevens werd de GI gedeeltelijk belast met het gezag met betrekking tot schoolaanmelding.
In hoger beroep verzochten de ouders om uitbreiding van de omgang en opheffing van de schorsing, maar het hof constateerde dat de ouders niet bereid zijn tot samenwerking met de GI en hun eigen wensen boven het belang van het kind stellen. De bedreigingen waren ernstig en de GI had meerdere pogingen gedaan om de omgang veilig te laten plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de omgangsregeling niet kon worden uitgebreid en de schorsing terecht was. Ook werd het gedeeltelijk gezag van de GI bekrachtigd vanwege de noodzaak van schoolaanmelding en bescherming van het kind. De beschikkingen van de kinderrechter werden bekrachtigd en de verzoeken van de ouders afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling en het gedeeltelijk gezag van de GI en wijst de verzoeken van de ouders tot uitbreiding en opheffing schorsing af.