ECLI:NL:GHARL:2023:3578

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
26 april 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.833/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood rijden ondanks betwisting aanwijzing politieambtenaar

De betrokkene werd beboet voor het door rood rijden op 3 juni 2021 op een kruispunt in Zwolle. Zij stelde dat zij handelde op aanwijzing van een politieambtenaar, die haar toestemming zou hebben gegeven het rode licht te negeren. Deze stelling kon echter niet worden onderbouwd met de beschikbare foto’s en was ook niet aannemelijk.

Tijdens de zitting toonde het hof aan dat op de foto’s geen politieambtenaar zichtbaar was die een aanwijzing gaf. De rijstroken voor linksaf waren afgesloten, maar dit gaf geen recht om het rode licht te negeren. De betrokkene voerde ook aan dat zij afgeleid was en dat er geen gevaarlijke situatie ontstond, maar dit rechtvaardigde geen matiging van de sanctie.

Het hof oordeelde dat de wetgever het opleggen van een sanctie niet afhankelijk heeft gesteld van het veroorzaken van gevaar. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €250 voor door rood rijden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.833/01
CJIB-nummer
: 241863752
Uitspraak d.d.
: 26 april 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 2 augustus 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 april 2023. Namens de betrokkene is verschenen
N. Rustenburg, kantoorgenoot van mr. Rissema. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door
[naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 juni 2021 om 12:14 uur op de N35 Heinoseweg kruising Zalneweg in Zwolle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene niet ontkent door rood te zijn gereden, maar verklaart dat zij de aanwijzingen van de aanwezige politieambtenaar heeft opgevolgd. Op grond van artikel 84 van Pro het RVV 1990 is ook een verkeerslicht ondergeschikt aan de aanwijzingen van een politieambtenaar. De betrokkene stond aanvankelijk voorgesorteerd voor linksaf en kreeg de aanwijzing rechtdoor te rijden van de man die op de foto midden op het kruispunt staat. Mogelijk was de betrokkene de enige die daar stond voorgesorteerd en verklaart dat waarom er rond dat tijdstip geen andere roodlichtgedragingen zijn geconstateerd. Subsidiair wordt verzocht het bedrag van de sanctie te matigen op grond van de omstandigheden waaronder deze is verricht. De betrokkene was afgeleid door de omstandigheden op de weg. Er is op de foto van de gedraging geen ander verkeer aanwezig, een conflicterende rijrichting is afgesloten dus het negeren van het rode licht heeft geen gevaarlijke situatie veroorzaakt of in het leven kunnen roepen.
3. Tot het dossier behoren twee foto’s die van de gedraging zijn gemaakt. Ter zitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal nog een afdruk van de tweede foto overgelegd waarop is ingezoomd en de personen op de foto duidelijk zichtbaar zijn. Op de foto’s is te zien dat beide rijstroken voor links afslaand verkeer met pilonnen op het wegdek en daarachter een als zodanig herkenbare politiemotor schuin geparkeerd zijn afgesloten voor verkeer in die richting. De auto van de betrokkene rijdt in zijn geheel, recht en midden op de linker van de twee rijstroken voor recht doorgaand verkeer. Op het kruispunt staat op de rijstroken voor linksaf een politieauto met daarbij twee mensen. De ene staat achter de auto, zie je van opzij en heeft blote armen, de ander staat voor de auto, kijk je op de rug en draagt een halflange wijde jas met capuchon. Beiden dragen geen politie-uniform of kleding die hen herkenbaar maakt als politieagent en kijken ook niet naar het voertuig van de betrokkene. Na de verkeerslichten bevindt zich een weg naar rechts.
4. Nu op de foto’s geen (politie)ambtenaar waarneembaar is die de betrokkene een aanwijzing zou hebben kunnen geven, terwijl zij haar stelling ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt, treft de aangevoerde grond geen doel. Voor zover de rijstroken voor linksaf slaand verkeer waren geblokkeerd, betekent dit niet dat de betrokkene het voor haar bestemde rode verkeerslicht mocht negeren.
5. Vervolgens dient het hof gelet op de aangevoerde gronden te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
6. Dat de betrokkene was afgeleid doordat er op de weg iets aan de hand was en dat zij de verkeersveiligheid niet in gevaar zou hebben gebracht, wat er van dat laatste ook zij, zijn geen omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de vastgestelde tarieven. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van gevaarzetting. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. Om die reden kan niet worden gezegd dat de omstandigheden dusdanig zijn dat de sanctie dient te worden gematigd of in zijn geheel achterwege dient te blijven.
7. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.