Uitspraak
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Grievend gedrag
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft hoger beroep tegen beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland inzake partneralimentatie na echtscheiding tussen de vrouw en de man. De echtscheiding werd uitgesproken in januari 2021. De vrouw betwist de door de rechtbank vastgestelde bijdragen en voert onder meer grievend gedrag van de man aan als reden om de alimentatie te verlagen of te beëindigen.
Het hof beoordeelt de behoefte van de man op basis van de hofnorm, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen van beide partijen tijdens het huwelijk en de kosten van de minderjarige kinderen. De man wordt geacht zijn werkweek uit te breiden om in zijn levensonderhoud te voorzien, waardoor zijn behoeftigheid voor de periode na 1 juni 2023 vervalt.
De draagkracht van de vrouw wordt berekend over twee perioden, waarbij rekening wordt gehouden met haar inkomen en woonlasten. Het hof stelt de partneralimentatie vast op €417 bruto per maand tot 1 april 2022 en €568 bruto per maand tot 1 juni 2023, waarna deze op nihil wordt gesteld. Tevens wordt een terugbetalingsverplichting van te veel betaalde alimentatie aan de vrouw opgelegd.
Het hof wijst de grief over grievend gedrag af, omdat de feiten onvoldoende zwaarwegend zijn om alimentatie te beëindigen. De beschikkingen van de rechtbank worden vernietigd en het hof beslist opnieuw met de genoemde bedragen.
Uitkomst: De vrouw moet partneralimentatie betalen van €417 bruto per maand tot 1 april 2022, €568 bruto per maand tot 1 juni 2023, en daarna niets meer.