ECLI:NL:GHARL:2023:3640

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.292/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet doorrijden bij groen verkeerslicht ondanks woordenwisseling

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het niet doorrijden bij een groen verkeerslicht op 28 februari 2020 te Rotterdam. De betrokkene was betrokken bij een woordenwisseling met een motorrijder en reed niet door toen het licht op groen sprong.

De betrokkene ontkende niet dat hij niet doorreed bij groen licht, maar voerde overmacht aan vanwege de belemmering door de motorrijder. De ambtenaar die de overtreding constateerde verklaarde echter dat de betrokkene het raam opende en de motorrijder uitdaagde, en dat het verkeer achter de betrokkene werd gehinderd.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar betrouwbaar is en dat niet is komen vast te staan dat de betrokkene niet anders kon handelen dan hij deed. Daarom is de sanctie terecht opgelegd en wordt het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €140 voor het niet doorrijden bij groen licht en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.292/01
CJIB-nummer
: 232212552
Uitspraak d.d.
: 1 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet doorgaan bij groen licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 februari 2020 om 22:40 uur op de Droogleever Fortuynplein in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar op afstand heeft waargenomen dat er een woordenwisseling was tussen een motorrijder en de betrokkene. Het was niet de betrokkene, maar de motorrijder die riep. Niet duidelijk is hoe de ambtenaar heeft kunnen waarnemen dat de betrokkene riep. Gelet op de getuigenverklaring moet getwijfeld worden aan de verklaring van de ambtenaar.
3. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 20 juli 2020. Hierin verklaart de ambtenaar dat bij het verkeerslicht op de Westzeedijk en Parkhaven te Rotterdam de betrokkene een motorrijder afsneed en dat de motorrijder hard moest remmen om een aanrijding te voorkomen. Verder verklaart hij het volgende:
“Ik zag dat de Volkswagen voor het rood driekleurig verkeerslicht voor het verkeersplein van het Droogleever Fortuynplein op de tweede rijstrook in de richting van de Maastunnel stond. Ik zag dat de motorrijder op de tweede rijstrook stond in de richting van het Vasteland. Op dat moment stond ik ook achter de motorrijder in dezelfde richting. Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen het raam opende en naar de bestuurder van de motor schreeuwen. Ik hoorde de bestuurder van de Volkswagen naar de motorrijder schreeuwen: ‘kom dan, kom dan als je durft’.
Ik zag dat de driekleurige verkeerslichten in de richting van de bestuurder van de Volkswagen een geruime tijd op groen stond. Ik zag dat de bestuurder van de Volkswagen niet doorreed, maar de bestuurder van de motor aan het uitdagen was. Ik zag het verkeer die achter de Volkswagen stond gehinderd werd. Ik zag dat de motorrijder niet naar de bestuurder van de Volkswagen niet reageerde en doorreed in de richting van het Vasteland. Wat de betrokkene de gemachtigde heeft laten vermelden in het bezwaarschrift is onjuist. Dit was niet zo gebeurd.”
4. De getuigenverklaring waar de gemachtigde op wijst is een verklaring van [naam1] van 2 november 2020. Hij verklaart dat de betrokkene en hij bij het wisselen van rijbaan de motorrijder iets te laat zagen en dat daardoor de motorrijder bij het stoplicht verderop voor hen kwam staan en met handgebaren wees en agressief deed. Op dat moment sprong het stoplicht op groen, maar de motorrijder belemmerde hen om door te kunnen rijden.
5. De betrokkene ontkent niet dat hij niet is doorgereden terwijl het verkeerslicht groen licht uitstraalde. Dat de gedraging is verricht, staat dan ook vast. Gelet op wat is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. De gemachtigde doet hierbij in feite een beroep op overmacht. Een beroep op overmacht kan slagen als feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
6. Naar het oordeel van het hof heeft de gemachtigde niet aannemelijk gemaakt dat de betrokkene niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. De gemachtigde stelt dat de ambtenaar op afstand de situatie heeft waargenomen, maar uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de ambtenaar achter de motorrijder stond. Tegenover de verklaring van de betrokkene en de getuige dat de weg werd geblokkeerd door de motorrijder staat de uitgebreide verklaring van de ambtenaar die verklaart dat de betrokkene op de tweede rijstrook in de richting van de Maastunnel stond en de motorrijder op de tweede rijstrook in de richting van het Vasteland stond. De ambtenaar verklaart verder dat hij achter de motorrijder stond en zag dat de betrokkene het raam opende en naar de motorrijder schreeuwde. Het hof ziet geen reden te twijfelen aan deze verklaring. Het hof acht daarom niet aannemelijk geworden dat de weg werd geblokkeerd en dat de betrokkene daarmee niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Er is dus niet gebleken van redenen een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.