De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont. Er is een ouderschapsplan uit 2014 met een zorgregeling, maar deze wordt al geruime tijd niet uitgevoerd. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van €396 per maand kinderalimentatie vanaf 25 juni 2021.
De man voerde in hoger beroep aan dat sprake was van een overeenkomst over kostenverdeling en dat de alimentatie een wijziging van omstandigheden betrof, dat de ingangsdatum later had moeten zijn, en dat er rekening had moeten worden gehouden met zorgkorting en verblijfsoverstijgende kosten. Het hof oordeelde dat er geen afspraken over kostenverdeling waren, dat het een eerste vaststelling betrof, en dat de ingangsdatum terecht op 25 juni 2021 was gesteld.
Verder stelde het hof vast dat geen zorgkorting toegepast moest worden omdat de co-ouderschapsregeling niet meer werd uitgevoerd en er nauwelijks contact was. Verblijfsoverstijgende kosten komen voor rekening van de vrouw, tenzij anders overeengekomen, wat niet het geval was. De grieven van de man faalden en de beschikking werd bekrachtigd.