ECLI:NL:GHARL:2023:3871

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.195
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 RVV 1990Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging feitcode en bevestiging sanctie parkeren op gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

De betrokkene werd beboet voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde het hof vast dat het voertuig geparkeerd stond op een gehandicaptenparkeerplaats die gereserveerd is voor een specifiek kenteken, wat een andere overtreding betreft dan aanvankelijk vastgesteld.

Het hof wijzigde daarom de feitcode van R402b naar R402c, die betrekking heeft op het parkeren met een ander voertuig dan waarvoor de plaats gereserveerd is. Het sanctiebedrag blijft €390,-, omdat dit tarief ongewijzigd is gebleven. De betrokkene voerde onder meer aan dat de bebording recent was aangepast en dat hij in het bezit was van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, maar het hof oordeelde dat dit geen reden is tot matiging van de sanctie.

De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd, het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard door wijziging van de feitcode en omschrijving. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de betrokkene van €1.284,75.

Uitkomst: Feitcode gewijzigd naar R402c en sanctie van €390,- gehandhaafd met toekenning van proceskostenvergoeding aan betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.195/01
CJIB-nummer
: 237533664
Uitspraak d.d.
: 9 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 4 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 390,- voor: “R402b - Parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 oktober 2020 om 12.48 uur op de Prins Bernhardhoek in Maasbracht met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om het bedrag van de sanctie te matigen (tot nihil). Dit gelet op de hoge leeftijd van de betrokkene, de zeer recente wijziging van de bebording en ook het gegeven dat de betrokkene wel in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart. Verder wijst de gemachtigde erop dat per 1 maart 2022 het bij feitcode R402b behorende sanctiebedrag is verlaagd naar € 310,-. Hij verzoekt op grond van het legaliteitsbeginsel de voor de betrokkene meest gunstige regeling toe te passen.
3. In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal van 5 februari 2021. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer het volgende:
“Op moment van controle geen geldige gehandicaptenparkeerkaart waargenomen zichtbaar in het voertuig voor de voorruit. (…) De gehandicaptenparkeerplaats staat op kenteken geschreven. Het desbetreffende voertuig dat gebruik mag maken van deze gehandicaptenparkeerplaats kon op moment van controle het voertuig hier niet parkeren. Het kenteken van de op naam geschreven invalideparkeerplaats is [kenteken2] (…).”
4. Bij dit proces-verbaal is een aantal foto’s van de gedraging gevoegd. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene staat geparkeerd op een parkeerstrook in het laatste parkeervak voordat een oprit volgt. Tussen dit parkeervak en de oprit bevindt zich een straatlantaarnpaal. Aan deze paal is, parallel aan de rijbaan, een bord E6 met onderbord “ [kenteken2] ” bevestigd.
5. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de foto's en de gegevens in het dossier worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene op een gehandicaptenparkeerplaats stond die was gereserveerd voor een bepaald voertuig. Dit betreft een overtreding van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeersteken (RVV 1990). De bij deze gedraging behorende feitcode is R402c. Het sanctiebedrag dat bij deze gedraging hoort is € 390,-.
6. Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat de ambtenaar in dit geval de verkeerde feitcode heeft toegepast. Feitcode R402b ziet op de situatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, RVV 1990, waarin is bepaald dat op een gehandicaptenparkeerplaats slechts mag worden geparkeerd met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk is aangebracht. Op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een bepaald voertuig mag echter slechts door dat voertuig worden geparkeerd.
7. Het hof zal overgaan tot wijziging van de feitcode en de omschrijving van de gedraging. De betrokkene is daardoor niet in zijn rechtens te erkennen belangen geschaad. Het sanctiebedrag is hetzelfde. De omstandigheid dat bij de onjuiste en daarom te wijzigen feitcode inmiddels een lager sanctiebedrag hoort, doet daaraan niet af. Niet is betwist dat deze gedraging is verricht. De bezwaren betreffen de hoogte van het sanctiebedrag.
8. In hetgeen is aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen. Dat de bebording recent is aangepast betekent niet dat deze niet duidelijk zichtbaar was en dat de gedraging de betrokkene in verminderde mate verwijtbaar is. Dat laatste geldt ook voor de leeftijd van de betrokkene. Een ieder die aan het verkeer deelneemt dient oplettend te zijn op de aanwezige bebording en overeenkomstig deze bebording te handelen. De omstandigheid dat de betrokkene beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart maakt evenmin dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd. Het parkeren op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is slechts toegestaan voor het voertuig waarvoor deze plaats gereserveerd is. Het bij feitcode R402c behorende bedrag van de sanctie ten slotte is per 1 maart 2022 niet verlaagd, zodat ook op deze grond geen aanleiding bestaat om het bedrag van de sanctie te matigen.
9. Het hof zal als volgt beslissen.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van het bepaalde in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht aan het telefonisch horen door de officier van justitie een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (2 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; in die zin dat de omschrijving van de gedraging en de feitcode in de inleidende beschikking als volgt komen te luiden: "als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig (feitcode R402c)";
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.