ECLI:NL:GHARL:2023:3875

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.290
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor parkeren op trottoir ondanks parkeervak op trottoirstrook

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd wegens het parkeren van zijn motorfiets op een trottoirstrook aan het Rokin in Amsterdam op 16 juni 2021. Hij stelde dat de sanctie onterecht en buiten proportie was, omdat hij zijn motor zo parkeerde dat geen hinder ontstond en het parkeervak op dezelfde betegeling lag als het trottoir.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beslissing. Het hof oordeelde dat het weggedeelte waar de motor stond zich naar uiterlijke verschijningsvorm voordoet als trottoir, bedoeld voor voetgangers. Het feit dat er een parkeervak op de strook aanwezig is, doet hieraan niet af.

Verder vond het hof geen reden om de sanctie te matigen of achterwege te laten, ook niet omdat er geen hinder werd veroorzaakt of omdat het parkeren in het parkeervak kostbare parkeerruimte voor auto's zou innemen. De betrokkene had zijn voertuig op een toegestane plaats moeten parkeren.

De beslissing van de kantonrechter werd daarom door het gerechtshof bevestigd.

Uitkomst: De sanctie van €100 voor het parkeren op het trottoir wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.290/01
CJIB-nummer
: 242263870
Uitspraak d.d.
: 9 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 juni 2021 om 11:40 uur op het Rokin in Amsterdam met de motorfiets met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat het opleggen van een sanctie geen pas heeft gezien de situatie. De betrokkene vindt het echt zeer onterecht en volstrekt overbodig dat aan hem een sanctie is opgelegd. Het is ook volledig buiten proportie en de schuld van de overtreding wordt de betrokkene in de schoenen geschoven. De betrokkene zet zijn motor altijd op een dusdanige plaats neer dat er geen andere verkeersdeelnemer last van heeft, zo ook in dit geval. De betrokkene kan de argumentatie van de advocaat-generaal dat de afwijkende betegeling van trottoir en rijbaan aantoont dat sprake is van een trottoir, niet volgen omdat het parkeervak dezelfde afwijkende betegeling heeft. De interpretatie van de advocaat-generaal van de foto, dat ter hoogte van waar de motorfiets stond geparkeerd geen verlaagde trottoirband is, is ook niet juist. Als de betrokkene zijn motor in een parkeervak had geplaatst, werd er een kostbare parkeergelegenheid voor een auto ingenomen door zijn motor.
3. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is, voor zover van belang, bepaald dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
4. Het RVV 1990 kent geen definitie van het begrip ‘trottoir’. Bij het beantwoorden van de vraag of een weggedeelte als trottoir moet worden aangemerkt, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voordoet voor de gemiddelde weggebruiker.
5. Het dossier bevat een aantal foto’s van de gedraging. Daarnaast heeft de advocaat-generaal een uitdraai van Google Maps Streetview overgelegd van de situatie. Hieruit blijkt het volgende. Ter plaatse is sprake van een met grijze klinkers bestrate strook tussen de trambaan en de met rode klinkers bestrate rijbaan. Deze strook is enkele meters breed. Aan de ene kant van de motorfiets van de betrokkene bevindt zich op deze strook een groot parkeervak naast de rijbaan, te herkennen aan de witte belijning. Aan de andere kant van het voertuig van de betrokkene eindigt de strook voor het grootste gedeelte door een muurtje. De strook loopt nog voor een smal gedeelte door naast de rijbaan. Bij het smalle gedeelte is de trottoirband iets verhoogd, voor het overige is sprake van een verlaagde trottoirband.
6. Naar het oordeel van het hof doet het weggedeelte waar het voertuig van de betrokken stond geparkeerd zich naar de uiterlijke verschijningsvorm voor als een trottoir. Het weggedeelte is duidelijk niet bedoeld voor voertuigen, maar voor voetgangers, met name voor voetgangers die hun voertuig hebben geparkeerd op de strook. Dat zich op de strook ook een parkeervak bevindt, betekent niet dat het overige gedeelte van de strook, buiten de witte belijning van het parkeervak om, geen trottoir kan zijn. Dat het trottoir ter hoogte van het voertuig van de betrokkene niet is verhoogd, maakt ook niet dat geen sprake is van een trottoir. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Verder is het hof van oordeel dat niet is gebleken van redenen een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Dat met het voertuig van de betrokkene geen hinder werd veroorzaakt, in het midden latend of dat het geval was, vormt niet een dergelijke reden. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet of gevaarzetting. Dat als de betrokkene zijn motorfiets in een parkeervak had geplaatst er kostbare parkeergelegenheid voor een auto werd ingenomen vormt ook geen reden een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. De betrokkene had zijn voertuig dienen te parkeren op een plaats waar dat was toegestaan.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.