ECLI:NL:GHARL:2023:3953

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.540/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken vertegenwoordigingsbevoegdheid

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat geen stukken waren overgelegd waaruit bleek dat de gemachtigde bevoegd was namens de betrokkene, een stichting, te handelen.

De gemachtigde voerde aan dat de mogelijkheid tot herstel van verzuim schriftelijk moest worden geboden, terwijl de kantonrechter dit mondeling op de zitting had gedaan. Het hof oordeelde dat artikel 6:6 Awb Pro niet voorschrijft dat herstel uitsluitend schriftelijk moet worden aangeboden en dat de mondelinge mededeling op de zitting voldoende duidelijk was.

Het hof benadrukte dat bij een rechtspersoon een uittreksel van het handelsregister noodzakelijk is om vertegenwoordigingsbevoegdheid aan te tonen. Omdat deze niet was overgelegd, en de gemachtigde niet binnen de gestelde termijn het verzuim had hersteld, bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.540/01
CJIB-nummer
: 236175440
Uitspraak d.d.
: 10 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 8 juli 2022, betreffende

mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer,

beweerdelijk optredend namens

Stichting [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

Mr. Voorbach heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat, nadat daartoe gelegenheid was geboden, geen stukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat [naam1] vertegenwoordigingsbevoegd is om namens de betrokkene te handelen.
2. Mr. Voorbach voert aan dat op grond van artikel 6:6 en Pro 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de mogelijkheid tot herstel van verzuim schriftelijk dient te geschieden. De pretense gemachtigde had van de kantonrechter op de zitting begrepen dat proces-verbaal zou worden opgemaakt. Dat is niet gebeurd. Ook op andere wijze is geen mogelijkheid ontvangen om het verzuim te herstellen. Mr. Voorbach heeft een kopie van de inleidende beschikking bijgevoegd en acht de vertegenwoordigingsbevoegdheid voldoende afgebakend.
3. Het hof stelt vast dat de sanctie is opgelegd aan Stichting [de betrokkene] . Mr. Voorbach heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking en daarbij een machtiging overgelegd die is ondertekend door [naam1] en daarnaast een foto van een beeldscherm waarop de inleidende beschikking is te zien. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft mr. Voorbach beroep bij de kantonrechter ingesteld.
Mr. Voorbach is verschenen bij de behandeling van de zaak ter zitting van de kantonrechter van 17 juni 2022. Blijkens het proces-verbaal van de zitting is daar besproken dat uit het dossier niet blijkt wat de relatie van [naam1] tot Stichting [de betrokkene] is en of deze vertegenwoordigingsbevoegd is. Een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel ontbreekt. Mr. Voorbach heeft aangevoerd dat hij het niet nodig acht een uittreksel te overleggen. Vervolgens heeft de kantonrechter medegedeeld dat de pretense gemachtigde in de gelegenheid wordt gesteld om binnen twee weken na de zitting stukken te overleggen waaruit blijkt dat de machtiging namens de rechtspersoon is afgegeven.
4. In dit geval is de sanctie opgelegd aan een rechtspersoon. Een rechtspersoon kan slechts via haar vertegenwoordiger(s) rechtshandelingen verrichten. Dit brengt mee dat de rechter die op een beroep moet beslissen kan verlangen dat een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt overgelegd, waaruit blijkt wie bevoegd is namens de rechtspersoon rechtshandelingen te verrichten. Dat de pretense gemachtigde beschikt over een kopie van de inleidende beschikking, doet hier niet aan af.
5. De vraag die vervolgens voorligt is of de pretense gemachtigde op de juiste manier in de gelegenheid is gesteld om het verzuim te herstellen.
6. Het hof stelt voorop dat uit artikel 6:5 en Pro 6:6 van de Awb niet volgt dat de gelegenheid tot het herstel van verzuim uitsluitend schriftelijk kan worden geboden. Artikel 6:6 van Pro de Awb stelt hieromtrent geen eisen. De gelegenheid tot herstel moet op een zodanige wijze worden geboden, dat voor de indiener van het beroepschrift in redelijkheid geen twijfel kan bestaan welk verzuim moet worden hersteld en binnen welke termijn (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 24 september 2021 ECLI:NL:HR:2021:1349).
7. Naar het oordeel van het hof is hieraan in dit geval voldaan. De kantonrechter heeft ter zitting, waar mr. Voorbach aanwezig was, meegedeeld welk verzuim moest worden hersteld en binnen welke termijn dit moest gebeuren. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat mr. Voorbach dit niet heeft begrepen. De omstandigheid dat mr. Voorbach niet na de zitting het proces-verbaal van de zitting is toegezonden, doet hieraan niet af.
8. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.