ECLI:NL:GHARL:2023:4113

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
15 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.205
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake onvoldoende profiel op autobanden

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met twee banden die niet voldeden aan de wettelijke profieldiepte van 1,6 mm. De betrokkene voerde aan dat de ambtenaren geen exacte meting hadden verricht, maar slechts op basis van voelen en beredeneren hadden vastgesteld dat de banden onvoldoende profiel hadden.

Het hof oordeelde dat de ambtenaren voldoende hadden vastgesteld dat de slijtage-indicatoren op de banden waren afgesleten, wat volgens de wettelijke norm betekent dat de banden niet meer aan de minimale profieldiepte voldoen. Een visuele waarneming en het voelen aan de banden volstaan om dit vast te stellen, ook zonder exacte meting met meetapparatuur.

De bezwaren van de betrokkene werden verworpen en het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat daarvoor geen aanleiding was.

De uitspraak benadrukt dat het ontbreken van een precieze meting niet leidt tot het niet kunnen vaststellen van onvoldoende profiel wanneer slijtage-indicatoren duidelijk zichtbaar zijn.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor rijden met onvoldoende profiel op de banden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.205/01
CJIB-nummer
: 237528959
Uitspraak d.d.
: 15 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 4 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 210,- voor (feitcode N270s): “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl twee banden niet voldoen aan de eisen t.a.v. profilering”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2020 om 21.12 uur op de John F. Kennedylaan in Panningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaren de profieldiepte van de betreffende banden niet hebben gemeten, maar slechts hebben beredeneerd dat de banden niet beschikten over voldoende profiel. De ambtenaren verklaren immers dat twee banden onder de profilering zaten en dat één band net op of onder de grens zat. Hieruit blijkt dat door enkel te voelen aan de band geen precieze meting plaats kan vinden. Bovendien hebben de ambtenaren niet verklaard dat de slijtage-indicatoren daadwerkelijk 1,6 mm waren. Zonder correcte meting met geschikte meetapparatuur kan niet worden vastgesteld dat de profilering minder dan 1,6 mm was. De verweten gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld.
3. Het dossier bevat onder meer een aanvullend proces-verbaal van 23 april 2021. Hierin verklaren de ambtenaren - kort samengevat - dat de slijtage-indicatoren 1,6 mm hoog zijn, zij zagen en voelden dat bij drie van de banden de slijtage-indicatoren ruim waren afgesleten, dat dit grotendeels over het gehele loopvlak van de banden was, dat zij zagen en voelden dat één band op de grens of net eronder zat en dat zij voor twee banden een proces-verbaal hebben uitgeschreven omdat zij met zekerheid konden zeggen dat die banden niet aan de vereiste 1,6 mm profieldiepte voldeden.
4. Zoals de kantonrechter ook al heeft overwogen bevinden zich in de groeven van een band slijtage-indicatoren. Als het profiel van een band versleten is tot aan deze indicatoren betekent dit dat die band de minimale wettelijke profieldiepte van 1,6 mm (geldend voor personenauto’s) heeft bereikt. Nu uit de verklaring(en) van de ambtenaren in deze zaak volgt dat zij hebben gezien en gevoeld dat bij een aantal banden ook deze slijtage-indicatoren waren afgesleten, blijkt daarmee genoegzaam dat de betreffende (achter)banden van het voertuig van de betrokkene niet voldeden aan de eisen ten aanzien van de profilering. Dat de ambtenaren bij de staandehouding geen meting hebben verricht, maakt dat niet anders. Een visuele waarneming van de ambtenaar waarbij eventueel het wiel wordt rondgedraaid volstaat in dit geval.
5. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.