Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Noord-Holland van 24 juni 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
14 augustus 2021 door de gemachtigde is aangevoerd dat vooraf wordt gesteld dat de hoorplicht is geschonden. Daarmee bevat het beroepschrift een beroepsgrond en kon de kantonrechter het beroep niet niet-ontvankelijk verklaren in verband met het ontbreken daarvan. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
In het zaakoverzicht is in dit verband verklaard dat geen staandehouding mogelijk was doordat de overtreding met een mobiele radar is geconstateerd. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaar verklaart dat het hier een statische eenmanscontrole zonder opvang betrof.
Het hof stelt vast dat de inleidende beschikking aan de betrokkene is verstuurd op
10 november 2020. De termijn om te beslissen liep af op 13 april 2021. De gemachtigde heeft per brief van 15 juni 2021 de officier van justitie in gebreke gesteld. Op de envelop bevindt zich een ontvangststempel met datum 21 juni 2021. Daarnaast bevindt zich in het dossier een op 5 juli 2021 gedateerde beslissing op het administratief beroepschrift. De advocaat-generaal heeft de verzendadministratie met betrekking tot de verzending van de beslissing overgelegd.
Niet in geschil is dat de officier van justitie niet binnen de termijn van zestien weken heeft beslist. De vraag die voorligt, is of de officier van justitie heeft beslist binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling. In dit verband is van belang dat in artikel 2:15, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan kan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend.