Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 juni 2022;
- het verweerschrift;
- een journaalbericht van mr. De Jong van 17 november 2022 met producties, en
- een journaalbericht van mr. Van Beers van 21 november 2022 met producties.
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2017 te [woonplaats1] en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2019 te [plaats1] .
4.Het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van 10 maart 2022 op € 152,50 per kind per maand bepaald;
- de Ford Focus toebedeeld aan de man en de Volkswagen Up toebedeeld aan de vrouw, waarbij de vrouw wegens overbedeling een bedrag van € 161,- binnen één week na de beschikking aan de man dient te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de beschikking totdat het bedrag is betaald;
- bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn ten aanzien van de schuld bij [naam1] ;
- de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve voor zover het de echtscheiding betreft, en
- de verzoeken van partijen voor het overige afgewezen.
- te bepalen dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van elk van de kinderen betaalt van € 214,- per kind per maand, althans een door het hof in goede justitie te bepalen hogere hoger bedrag dan respectievelijk € 152,50 per kind per maand, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, op welke bijdrage de wettelijke indexering van toepassing is;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen een bedrag van in totaal € 385,- wegens overbedeling waarbij de Ford Focus is toebedeeld aan de man en Volkswagen Up is toebedeeld aan de vrouw;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen een bedrag van € 1.925,- vanwege zijn vergoedingsplicht ten aanzien van het door de vrouw aangebrachte vermogen in de gemeenschap;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen een bedrag van € 2.000,- vanwege de schenking die de ouders van de vrouw hebben gedaan aan de vrouw;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen een tot € 500,- beperkt bedrag vanwege het door de vrouw voorhuwelijkse aangeschafte doch bij de man achtergebleven laminaat;
- de man te veroordelen aan de vrouw te betalen een bedrag van € 2.500,- vanwege de door de vrouw aan de man ter leen verstrekte bedragen;
- te bepalen dat partijen niet ieder voor de helft draagplichtig zijn ten aanzien van de schuld bij [naam1] maar dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere draagplicht voortvloeit welke inhoudt dat ieder der partijen hun eigen schuld bij [naam1] dient te dragen, en
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen een bedrag van € 3.654,46 vanwege de door de vrouw betaalde/gedane aflossingen op de hypothecaire lening van de man;
- kosten rechtens.