Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn gezamenlijk ouders van een minderjarige geboren in 2016. De rechtbank had bij beschikking van 21 maart 2022 het gezamenlijk gezag aan beide ouders toegekend en een omgangsregeling vastgesteld. De moeder kwam in hoger beroep tegen het gezamenlijk gezag, stellende dat de vader nooit voor het kind heeft gezorgd en er geen communicatie is tussen hen.
De vader voerde verweer en gaf aan actief betrokken te zijn en zich terughoudend op te stellen. De raad voor de kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag in stand te laten, omdat er geen onaanvaardbaar risico voor het kind is. Het hof overwoog dat het uitgangspunt van de wet gezamenlijk gezag is en dat alleen in uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken.
Hoewel de communicatie tussen de ouders nog niet optimaal is, is dit volgens het hof geen reden om af te wijken van het gezamenlijk gezag. Beide ouders werken aan verbetering van de communicatie, waarbij de vader zich aanpast aan het tempo van het kind. De gecertificeerde instelling bevestigt de medewerkzaamheid en het geduld van de vader. Het hof wijst het beroep van de moeder af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het gezamenlijk gezag van beide ouders over de minderjarige en wijst het beroep van de moeder af.