In deze zaak stond de omgangsregeling tussen een grootmoeder en haar drie kleinkinderen centraal. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit over de kinderen en had het verzoek van de grootmoeder tot een wekelijkse omgangsregeling afgewezen. De grootmoeder ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.
Het hof stelde vast dat de grootmoeder een nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen heeft en dat het in het belang van de kinderen is om contact met haar te onderhouden. De grootmoeder heeft altijd een grote rol in hun leven vervuld en wenst onbelast contact in overleg met de kinderen, passend bij hun leeftijd. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming onderschreven dit standpunt.
Het hof oordeelde dat er geen zwaarwegende belangen zijn die het contact tussen de grootmoeder en de kinderen in de weg staan. Het contact dient genormaliseerd te worden, waarbij ook telefonisch en digitaal contact via WhatsApp en social media is toegestaan. De invulling van het contact zal in onderling overleg tussen de grootmoeder, de kinderen en de gecertificeerde instelling worden bepaald. Een dwangsom werd niet opgelegd vanwege de uitvoerbaarheid.
De eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof wees het verzoek van de grootmoeder toe voor omgang zonder een vaste, gestructureerde regeling, met ruimte voor flexibiliteit en overleg. Het voorwaardelijk verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd niet behandeld vanwege het toewijzen van het omgangsverzoek.