ECLI:NL:GHARL:2023:4189

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
200.321.355
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling grootmoeder met kleinkinderen na geschil met moeder

In deze zaak stond de omgangsregeling tussen een grootmoeder en haar drie kleinkinderen centraal. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit over de kinderen en had het verzoek van de grootmoeder tot een wekelijkse omgangsregeling afgewezen. De grootmoeder ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.

Het hof stelde vast dat de grootmoeder een nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen heeft en dat het in het belang van de kinderen is om contact met haar te onderhouden. De grootmoeder heeft altijd een grote rol in hun leven vervuld en wenst onbelast contact in overleg met de kinderen, passend bij hun leeftijd. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming onderschreven dit standpunt.

Het hof oordeelde dat er geen zwaarwegende belangen zijn die het contact tussen de grootmoeder en de kinderen in de weg staan. Het contact dient genormaliseerd te worden, waarbij ook telefonisch en digitaal contact via WhatsApp en social media is toegestaan. De invulling van het contact zal in onderling overleg tussen de grootmoeder, de kinderen en de gecertificeerde instelling worden bepaald. Een dwangsom werd niet opgelegd vanwege de uitvoerbaarheid.

De eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof wees het verzoek van de grootmoeder toe voor omgang zonder een vaste, gestructureerde regeling, met ruimte voor flexibiliteit en overleg. Het voorwaardelijk verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd niet behandeld vanwege het toewijzen van het omgangsverzoek.

Uitkomst: Het hof stelt vast dat er omgang kan zijn tussen de grootmoeder en de kinderen, inclusief telefonisch en digitaal contact, met invulling in onderling overleg.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.321.355
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 535712)
beschikking van 16 mei 2023
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de grootmoeder,
advocaat: mr. L.C. Griffioen-Wennekers te Utrecht,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats1] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Utrecht,
verder te noemen: de GI,
[de vader],
wonende te [woonplaats2] ,
verder te noemen: de vader.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 21 oktober 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 13 januari 2023;
- een brief van de GI van 24 maart 2023;
- een journaalbericht van mr. Griffioen-Wennekers van 13 april 2023;
- een mailbericht van de GI van 17 april 2023.
2.2
De minderjarigen [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 18 april 2023 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- de grootmoeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] (hierna: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2006 in [woonplaats1] ;
- [de minderjarige2] (hierna: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2008 in [plaats1] , en
- [de minderjarige3] (hierna: [de minderjarige3] ), geboren [in] 2010 in [plaats1] ,
over wie de moeder alleen het gezag uitoefent.
3.2
In de beschikking van 11 juni 2021 van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, welke termijn inmiddels is verlengd tot 11 juni 2023.
3.3
In de beschikking van (eveneens) 21 oktober 2022 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft de rechtbank het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen gewijzigd in het eenhoofdig gezag van de moeder over de kinderen.

4.De omvang van het geschil

4.1
Tussen de grootmoeder (vaderszijde) en de moeder is in geschil de invulling van het recht op omgang van de grootmoeder met [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] .
Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de grootmoeder tot vaststelling van een omgangsregeling, waarbij zij één middag per week contact heeft met de kinderen en ongestoord telefonisch contact met hen kan hebben – waarbij contact via WhatsApp en overige ‘social media’ is toegestaan – op straffe van een dwangsom, afgewezen.
4.2
De grootmoeder is met vijf grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De grootmoeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, haar verzoeken alsnog toe te wijzen en daarbij te bepalen dat:
- tussen haar en [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] een omgangsregeling zal gelden gedurende tenminste wekelijks een middag per week, door grootmoeder en de kinderen in onderling overleg te bepalen, dan wel op een door uw rechtbank – het hof begrijpt: uw hof – te bepalen dag of dagdeel per week, waarbij de moeder de kinderen aan de grootmoeder afgeeft, althans voor dit wekelijkse contact haar onverminderde toestemming zal verlenen en waarna grootmoeder de kinderen na afloop weer bij de moeder zal terugbrengen;
- tussen haar en de kinderen ongestoord telefonisch contact en contact via WhatsApp en ‘social media’ is toegestaan;
- al het voorgaande op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de moeder haar medewerking aan de door het hof in deze te wijzen beschikking onthoudt, met een maximum van € 50.000,-.
4.3
De moeder heeft geen verweer gevoerd.

5.De motivering van de beslissing

5.1
De grootmoeder heeft haar verzoek – zoals verwoord in haar journaalbericht van 13 april 2023 – tot benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen op de mondelinge behandeling gewijzigd in een voorwaardelijk verzoek en wel indien het hof haar verzoek tot omgang afwijst.
5.2
Op basis van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek stelt de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
Ingevolge het derde lid ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van
het kind, of
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang
met zijn ouder heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
5.3
Niet in geschil is dat de grootmoeder recht heeft op omgang met de kinderen, omdat zij in een nauwe persoonlijke betrekking tot hen staat, zoals de rechtbank al heeft geoordeeld.
5.4
Het hof is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om contact te hebben met de grootmoeder. De grootmoeder heeft altijd een grote rol vervuld in het leven van de kinderen. Zij wil graag onbelast contact met de kinderen; zij wil dit doen in overleg met en passend in het schema van de kinderen, gelet op hun leeftijd. Met de raad ziet het hof een betrokken grootmoeder die in staat is de kinderen de ruimte te bieden die zij nodig hebben. Dat vindt het hof positief. De GI heeft aangevoerd dat zij het contact tussen de grootmoeder en de kinderen niet in de weg zal staan indien de kinderen dat contact wensen. In eerste aanleg had de GI haar prioriteit gelegd bij contactherstel tussen de kinderen en de vader, maar inmiddels is duidelijk dat de vader uit het contact is getreden met de kinderen en ook met de moeder en de GI. Volgens de grootmoeder – met wie de vader nog wel contact heeft – is de vader beschadigd en heeft hij ervoor gekozen om het traject van contactherstel met de kinderen te staken; de vader wil rust voor de kinderen en voor hemzelf.
5.5
Het hof ziet met de raad geen zwaarwegende redenen die het contact tussen de kinderen en de grootmoeder in de weg staan. Met de raad is het hof van oordeel dat de betrokken volwassenen om de kinderen heen – voornamelijk de moeder en de GI – een belangrijke, stimulerende rol dienen te spelen in het contactherstel tussen de grootmoeder en de kinderen. Het is aan de GI om in samenspraak met de moeder een opening te bieden voor het contactherstel, mogelijk in samenwerking met [naam1] , de hulpverleningsinstantie waar de kinderen onder behandeling zijn. Het contact dient te worden genormaliseerd. Hierbij acht het hof van belang dat de kinderen en de grootmoeder hun telefoonnummers uitwisselen om telefonisch contact en contact via WhatsApp mogelijk te maken. In het traject dient aandacht te zijn voor de wensen van de kinderen om op een passende wijze contact met hun grootmoeder te hebben. Het hof verwacht dat de kinderen – gelet op hun leeftijd – na een opstartfase goed in staat zijn zelf hun wensen kenbaar te maken aan de grootmoeder en met haar in overleg te gaan over de invulling van het contact.
Het hof zal dan ook geen gestructureerde omgangsregeling vastleggen maar bepalen dat er omgang mag zijn tussen de grootmoeder en de kinderen. In het verlengde hiervan zal het hof geen dwangsom opleggen, omdat deze niet uitvoerbaar is. Daarbij heeft het hof op de mondelinge behandeling begrepen dat de moeder naar verwachting haar medewerking zal verlenen aan het contact indien het hof een omgangsregeling vastlegt.
5.6
Gelet op het vorenstaande komt het hof niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen.

6.De slotsom

Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 21 oktober 2022 en opnieuw beschikkende:
bepaalt dat er omgang kan zijn tussen de grootmoeder en [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] , waaronder telefonisch contact, contact via WhatsApp en ‘social media’ en waarbij de invulling nader in onderling overleg tussen hen en de GI zal worden bepaald;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 16 mei 2023 uitgesproken door mr. P.B. Kamminga in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.