Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een minderjarige geboren in 2022, die sinds april 2022 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI) en sinds augustus 2022 in een perspectief biedend pleeggezin woont. De kinderrechter verleende spoedig een machtiging tot uithuisplaatsing wegens ernstige zorgen over de verzorging, voeding en opvoeding door de moeder.
De moeder vertoonde onvoldoende vermogen om in de basisbehoeften van het kind te voorzien, met name signalen van het kind werden niet herkend en opgevolgd. Dit leidde tot conflicten en een onveilige situatie. Hoewel de moeder inmiddels intensieve therapieën volgt en zich positief ontwikkelt, acht het hof de uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk vanwege de onvoorspelbaarheid en spanningsgevoeligheid van de moeder.
De ouders stelden in hoger beroep de duur van de uithuisplaatsing te beperken en terugplaatsing te bewerkstelligen. Het hof oordeelt echter dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft voor de verzorging en opvoeding van het kind en bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank. De zaak benadrukt de complexiteit van het combineren van hulpverlening met het belang van het kind voor een veilige opvoedingssituatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot beperking van de duur en terugplaatsing af.