ECLI:NL:GHARL:2023:4200

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.296.653/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28b WahvArt. 25 lid 3 WahvArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen rechtsmiddel tegen buiten gebruik stellen voertuig op grond van de Wet Mulder

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld van een betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie tot niet-ontvankelijkverklaring van het administratief beroep ongegrond verklaard. De betrokkene stelde zich op het standpunt dat het buiten gebruik stellen van zijn voertuig een besluit van een bestuursorgaan is waartegen beroep mogelijk is op grond van artikel 28b van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

Het hof overwoog dat artikel 28b van de Wahv niet voorziet in een rechtsmiddel tegen het buiten gebruik stellen van een voertuig. De kantonrechter had terecht geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het niet binnen de beroepstermijn was ingesteld en door een niet-beroepsgerechtigde. Daarnaast is vastgesteld dat de ambtenaren geen besluit hebben genomen dat een beroepsmogelijkheid biedt. Klachten over de bejegening door ambtenaren zijn niet voor het hof maar voor de korpschef.

Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Hiermee is bevestigd dat tegen het buiten gebruik stellen van een voertuig op grond van de Wet Mulder geen rechtsmiddel openstaat, en dat de procedurekostenveroordeling niet aan de orde is.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.653/01
CJIB-nummer
: 187512986
Uitspraak d.d.
: 16 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 29 januari 2021, betreffende

[de betrokkene] ,

wonende te [woonplaats] (Duitsland).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van [naam1] tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

Mr. Y.K. Kunze, advocaat te Kerkrade, heeft namens [naam1] hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van [naam1] (hierna: [naam1] ) tegen de beslissing van de officier van justitie tot niet-ontvankelijkverklaring van het administratief beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de kantonrechter overwogen dat de inleidende beschikking van 19 februari 2015 aan de toenmalige kentekenhouder [de betrokkene] is opgelegd waardoor het beroep van [naam1] op 14 mei 2020 niet alleen na het verstrijken van de beroepstermijn is ingesteld, maar ook door een niet-beroepsgerechtigde. Verder heeft de kantonrechter ten overvloede overwogen dat de stelling dat [naam1] opkomt tegen het voornemen tot buitengebruikstelling van het voertuig niet slaagt, nu aan het bepaalde in artikel 28b van de Wahv geen uitvoering is gegeven door de ambtenaren en dus geen sprake is van een besluit op grond waarvan [naam1] een beroepsmogelijkheid toekomt.
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 28b van de Wahv. Daarnaast stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat er wel degelijk sprake is geweest van een besluit van die strekking. Een mededeling inzake een voornemen tot buitengebruikstelling is een besluit van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht). [naam1] komt daarmee een beroepsmogelijkheid toe op grond artikel 28b van de Wahv.
3. De gemachtigde van [naam1] voert verder aan dat de betreffende ambtenaren onrechtmatig jegens [naam1] hebben gehandeld door hem voor te houden dat zijn voertuig in beslag zou worden genomen. Van inbeslagname kon helemaal geen sprake zijn. Door [naam1] niet correct en volledig te informeren is hij aangezet tot betaling. Indien [naam1] wel correct en volledig was geïnformeerd, was hij wellicht tot een andere afweging gekomen en was hij niet overgegaan tot betaling. Dat [naam1] niet heeft gewacht tot het voertuig daadwerkelijk van hem werd afgenomen, maakt dit niet anders. Tot slot merkt de gemachtigde nog op dat de ambtenaren überhaupt niet gerechtigd waren tot buitengebruikstelling van het voertuig, nu sprake is van verjaring ex artikel 25, derde lid, van de Wahv.
4. Het hof stelt voorop dat klachten inzake de bejegening door ambtenaren in een procedure als de onderhavige niet ter beoordeling van het hof staan. Deze klachten kunnen worden voorgelegd aan de korpschef van het korps waar de betreffende ambtenaren deel van uit maken.
5. Artikel 28b van de Wahv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden buiten gebruik stellen of, indien dit voertuig niet wordt aangetroffen, een soortgelijk voertuig waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, vermag te beschikken. Onze Minister kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt, verlengd met één jaar. De buitengebruikstelling duurt ten hoogste vier weken.”
6. Nog daargelaten dat de kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie het beroep van [naam1] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en ten overvloede overwegingen heeft gewijd aan het buiten gebruik stellen van het voertuig van [naam1] , is het hof van oordeel dat tegen het op grond van artikel 28b van de Wahv buiten gebruik stellen van het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden geen rechtsmiddel op grond van de Wahv openstaat. Reeds hierom dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
7. Aanleiding voor een proceskostenveroordeling is er niet (vgl. de arresten van het hof van
28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.