ECLI:NL:GHARL:2023:4274

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
17 mei 2023
Zaaknummer
Wahv 200.312.202/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezorgmaaltijden vormen geen uitzondering voor laden en lossen in voetgangerszone

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als bromfietser in een voetgangerszone. De betrokkene voerde aan dat hij bezig was met het bezorgen van maaltijden en daarom feitelijk aan het lossen was binnen de toegestane venstertijden. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard, maar het gerechtshof heeft dit heroverwogen.

Het hof stelde vast dat het verkeersbord een voetgangerszone (bord G7) aanduidde met een uitzondering voor laden en lossen binnen bepaalde tijden. De betrokkene reed op een bromfiets en mocht volgens het RVV 1990 niet in de voetgangerszone rijden. De uitzondering voor laden en lossen geldt alleen voor goederen van enige omvang of gewicht die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig kunnen worden vervoerd.

Hoewel de betrokkene aannemelijk maakte dat hij maaltijden bezorgde, werd niet bewezen dat deze maaltijden zodanig waren dat ze onder de uitzondering vielen. De sanctie werd daarom bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €95,- voor het rijden op een bromfiets in een voetgangerszone zonder rechtmatige uitzondering voor laden en lossen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.202/01
CJIB-nummer
: 237432098
Uitspraak d.d.
: 17 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 4 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “(feitcode R311) als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 oktober 2020 om 19.28 uur op de Lomstraat in Venlo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in deze zaak sprake is van een voetgangerszone aangeduid met een bord G7. De betrokkene kon geen gebruik maken van de rijbaan omdat deze daar simpelweg ontbrak. De verweten gedraging is dan ook niet verricht. Verder voert de gemachtigde aan dat de betrokkene bezig was met het bezorgen van een bestelling en dus feitelijk aan het lossen was. De kantonrechter overweegt, zonder enige feitelijke grondslag en/of onderbouwing, dat de te lossen goederen slechts bestonden uit maaltijden en dat daarmee geen sprake is van goederen van enige omvang of gewicht. Dit is slechts een aanname van de kantonrechter. Maaltijden kunnen namelijk ook goederen betreffen van enige omvang of gewicht. De betrokkene viel dan ook onder de categorie uitzonderingen op het onderbord omdat het laden en lossen plaats vond binnen de venstertijden. Ook om deze reden kan de sanctie niet in stand blijven.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat betrokkene met het voertuig reed in een middels zonebord G7 RVV 1990 aangeduid voetgangersgebied. (…)
Verklaring betrokkene: Omdat ik dacht dat het mocht.”
4. Daarnaast bevat het dossier een namens de betrokkene ingebrachte foto van de bebording ter plaatse. Het hof stelt vast dat sprake is van een (zone)bord G7 met daarbij het symbool en de tekst dat laden en lossen is toegestaan van 06.00-12.00 h en 18.00-20.00 h. Verder bevat het verkeersbord het symbool van een fiets met daarbij de tekst ‘buiten winkeluren toegestaan, snorfiets verboden’.
5. Door middel van bord G7 wordt een voetpad aangeduid. Uit artikel 6 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) volgt dat de betrokkene, die reed op een bromfiets, daar in beginsel niet mocht rijden. Bromfietsers moeten namelijk het fiets/bromfietspad gebruiken en, als dat ontbreekt, de rijbaan. Uit de omschrijving in het feitenboekje bij R311 volgt dat deze feitcode wordt toegepast voor - onder andere - het negeren van het bord G7. De omstandigheid dat ter plaatse geen rijbaan aanwezig was, zoals de gemachtigde stelt, maakt dat niet anders.
6. Gelet op wat verder is aangevoerd dient het hof te beoordelen of hier sprake was van het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Volgens het betreffende (zone)bord G7 was het namelijk toegestaan om ter plaatse ten tijde van de gedraging, om 19.28 uur, te laden en lossen.
7. Het is vaste rechtspraak dat het bij laden en lossen dient te gaan om goederen van enige omvang of enig gewicht (Hoge Raad van 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760) die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (Hoge Raad 10 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AJ4297). Daarnaast ligt het op de weg van een betrokkene om aannemelijk te maken dat van laden of lossen - als uitzondering - sprake is (Hof Arnhem-Leeuwarden 3 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3877).
8. Het dossier bevat een verklaring van de betrokkene van 7 december 2020. Hieruit volgt dat de betrokkene als werknemer van [naam1] op de scooter bestellingen bezorgt. Het gaat dan om warm eten dat zo spoedig mogelijk bezorgd moet worden. In dit geval wil het hof wel aannemen dat de betrokkene op het moment van de gedraging daadwerkelijk bezig was met de bezorging van maaltijden, maar stelt vast dat door en namens de betrokkene niet aannemelijk is gemaakt dat deze maaltijden van enige omvang en gewicht waren en dat deze niet of bezwaarlijk anders dan per scooter ter plaatse konden worden gebracht. Dit brengt mee dat van laden en lossen, de uitzondering zoals weergegeven op het bord G7, geen sprake is geweest.
9. Hetgeen is aangevoerd treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.