Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft de bewindvoerder hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter die het minderjarige kind van de onderbewindgestelde onder toezicht stelde. De vader is onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en de bewindvoerder vertegenwoordigt hem in zaken die betrekking hebben op zijn goederen.
De bewindvoerder betoogde dat hij bevoegd was om het hoger beroep in te stellen namens de onderbewindgestelde vader. Het hof oordeelde echter dat de ondertoezichtstelling van het minderjarige kind niet valt onder de bevoegdheid van de bewindvoerder, aangezien deze alleen rechtsvorderingen mag voeren die betrekking hebben op de goederen van de onderbewindgestelde.
Daarom verklaarde het hof de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het verzoek af. De beschikking van de kinderrechter werd bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 mei 2023.
Uitkomst: De bewindvoerder is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling van het minderjarige kind.