ECLI:NL:GHARL:2023:4490
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele zaak over ID-kaart voor minderjarige
In een civiele procedure over vervangende toestemming voor de aanvraag van een ID-kaart voor een minderjarige zoon, heeft verzoeker tijdens een mondelinge behandeling een wrakingsverzoek ingediend tegen een van de rechters, mr. J.B. de Groot. Het verzoek werd mondeling gedaan nadat verzoeker kennis had genomen van het proces-verbaal van een eerdere zitting, waarin sprake was van een discussie over legitimatie.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en de gronden beoordeeld. Verzoeker stelde dat mr. De Groot al in een eerdere procedure een vooringenomen houding jegens hem had getoond, wat zich zou uiten in een felle discussie over een paspoort, terwijl dat niet het geschilpunt was. De wrakingskamer oordeelde echter dat uit het proces-verbaal bleek dat kritische vragen over het paspoort werden gesteld in het kader van het toezicht op rechterlijke uitspraken en dat ook de wederpartij kritisch werd bevraagd.
De wrakingskamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden kunnen weerleggen. Dergelijke omstandigheden waren niet aangetoond. Het verzoek betrof bovendien een andere, reeds afgesloten procedure, terwijl de wraking betrekking moet hebben op de huidige zaak. Daarom wees de wrakingskamer het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. J.B. de Groot is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.