ECLI:NL:GHARL:2023:4632

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 mei 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
200.314.280/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, WahvArt. 2, eerste lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor overschrijding doorgetrokken streep ondanks gelijktijdige snelheidsovertreding

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €240 opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Kanaaldijk in IJmuiden op 7 december 2020. Zij ontkende deze overtreding en voerde verschillende bezwaren aan tegen het dossier en de bewijsvoering, waaronder fouten in de locatieaanduiding en onjuistheden over haar rijbewijs.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaren voldoende bewijs leverde dat de betrokkene de doorgetrokken streep had overschreden. De betrokkene ontving daarnaast een strafbeschikking voor een snelheidsovertreding van 43 km/u te hard, welke strafrechtelijk wordt afgedaan. Het hof benadrukte dat deze twee overtredingen niet gelijktijdig via de administratiefrechtelijke weg kunnen worden behandeld.

De Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen bepaalt dat bij gelijktijdige overtredingen één traject uitgangspunt is, maar dat in uitzonderlijke gevallen beide trajecten kunnen worden gevolgd mits hiervan melding wordt gemaakt. De ambtenaar heeft de officier van justitie geïnformeerd over de administratieve sanctie, zodat deze deze kan meenemen bij de strafrechtelijke afdoening.

Het hof verwierp het beroep van de betrokkene tegen de administratieve sanctie en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene kan haar bezwaar tegen de strafbeschikking in de strafrechtelijke procedure aanvoeren. De beslissing van de kantonrechter blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De administratieve sanctie voor het overschrijden van de doorgetrokken streep wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.280/01
CJIB-nummer
: 238203072
Uitspraak d.d.
: 31 mei 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 14 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om een proceskostenvergoeding en om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 mei 2023. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 december 2020 om 19:45 uur op de Kanaaldijk in IJmuiden met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent een doorgetrokken streep te hebben overschreden. Het dossier bevat veel fouten en het ontbreekt aan bewijsmateriaal dat de gedraging zou zijn verricht. In de toegestuurde beschikking stond de locatie Parkweg, terwijl de ambtenaren het bij de staandehouding hadden over de Kanaaldijk. Verder reed de betrokkene alleen op de Kanaaldijk en is zij niemand gepasseerd. Ook is vermeld dat de betrokkene rijbewijs BE zou hebben, maar dat is niet het geval. Daarnaast voert de betrokkene aan dat zij ook een sanctie heeft gekregen voor te hard rijden. Die sanctie had tegelijkertijd met de sanctie voor het overschrijden van de doorgetrokken streep behandeld moeten worden, nu de vermeende gedragingen tegelijkertijd verricht zijn en met elkaar te maken hebben. Dit was veel praktischer geweest. Ter zitting heeft de betrokkene gesteld dat dan ook rekening kan worden gehouden met de andere sanctie.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het een dubbele doorgetrokken streep betrof. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: Ik heb een afspraak.”
5. Verder bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2021, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op eerder genoemde datum en tijdstip reden wij op de Parkweg in Velsen-Zuid. Aldaar zagen wij in de richting van IJmuiden een voertuig rijden. Dit voertuig betrof een personenauto van het merk Alfa Romeo, kleur wit. Wij reden op zo een afstand van de personenauto dat wij het type voertuig en het kenteken niet konden zien.
Wij zagen dat het voertuig een behoorlijk hogere snelheid had dan het overige verkeer. Wij zijn hierom het voertuig gaan volgen om een meting te doen op snelheid. Wij zagen dat het voertuig na correctie 43 kilometer per uur te hard reed. Wij verhoogden onze snelheid, met als doel om dit voertuig staande te gaan houden, en een proces-verbaal aan te zeggen voor de snelheidsovertreding.
Wij zagen dat het voertuig de Kanaaldijk in IJmuiden op reed. Wij zagen dat het voertuig op de Kanaaldijk een ander voertuig inhaalde. Wij zagen dat de Kanaaldijk in IJmuiden is voorzien van een dubbele doorgetrokken streep tussen de twee rijbanen. Hier mag niet worden ingehaald. Voor deze overtreding wilden wij ook een proces-verbaal aanzeggen.
Door de hoge snelheid van het voertuig en het andere verkeer konden wij moeilijk dichterbij het voertuig komen. (…)
Op de Trawlerkade in IJmuiden hadden wij het voertuig uiteindelijk staande. (…)
Op de Trawlerkade hebben wij de bestuurder van het voertuig BE (het hof begrijpt: de betrokkene) [de betrokkene] een proces-verbaal aangezegd voor de snelheidsovertreding van 43 km per uur en het overschrijden van de doorgetrokken streep.(…)”
6. De betrokkene ontkent de gedraging, maar geeft hiervoor onvoldoende argumenten. Uit de verklaringen van de ambtenaren blijkt dat zij hebben gezien dat het voertuig van de betrokkene op de Kanaaldijk een ander voertuig inhaalde, terwijl er ter plaatse sprake is van een dubbele doorgetrokken streep. Het hof ziet geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de betrokkene doorgetrokken streep heeft overschreden. Deze grond treft geen doel.
7. Met betrekking tot de klacht van de betrokkene dat zij met twee verschillende sancties te maken heeft gekregen overweegt het hof het volgende.
8. Uit informatie in het verweerschrift van de advocaat-generaal blijkt dat tegen de betrokkene ook een strafbeschikking is uitgevaardigd voor 43 km per uur te hard rijden. Dit betreft -anders dan de overschrijding van de doorgetrokken streep- niet een gedraging als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv maar een overtreding die langs strafrechtelijke weg moet worden afgedaan. Om die reden kunnen deze beide zaken niet gelijktijdig worden behandeld.
9. In de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (hierna: de Aanwijzing), die op 1 januari 2018 in werking is getreden, is het volgende opgenomen:
“ 1. Afdoening overeenkomstig de richtlijn
Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt. Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
2. Uitgangspunt: Afdoening via één traject
Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan, wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”
10. Er is sprake van één gebeurtenis/moment in de zin van de Aanwijzing. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat gedurende één controle waarbij de ambtenaar het voertuig van de betrokkene is gevolgd twee overtredingen kort na elkaar zijn waargenomen en dat de betrokkene vervolgens staande is gehouden waarbij zij is geconfronteerd met de waarnemingen van de ambtenaar. Er is sprake van een gedraging in de zin van de Wahv en een overtreding die langs strafrechtelijke weg moet worden afgedaan.
11. De Aanwijzing richt zich tot de ambtenaar, die bevoegd is tot oplegging van de sanctie op grond van de Wahv, en de officier van justitie die bepaalt of en zo ja op welke wijze een overtreding via strafrechtelijke weg moet worden afgedaan. De officier van justitie kan in het kader van de strafrechtelijke afdoening van de overtreding en het daarbij te hanteren tarief rekening houden met de (hoogte van de) sanctie die langs administratiefrechtelijke weg is opgelegd.
12. In dit geval heeft de ambtenaar een sanctie opgelegd voor een gedraging in de zin van de Wahv, het overschrijden van de doorgetrokken streep. Hij heeft in het proces-verbaal dat hij heeft toegezonden aan de officier van justitie met het oog op de strafrechtelijke afdoening van de snelheidsovertreding hiervan melding gemaakt en aldus de officier van justitie op de hoogte gesteld van de bestraffing van de in het kader van dezelfde gebeurtenis vastgestelde gedraging op grond van de Wahv. Daarmee heeft de ambtenaar gedaan wat de Aanwijzing van hem verlangt. Gelet hierop kan in de klacht van de betrokkene dat zij met twee sancties te maken heeft, geen grond worden gevonden voor vernietiging van de aan haar bij inleidende beschikking (op grond van de Wahv) opgelegde sanctie voor het overschrijden van de doorgetrokken streep.
13. Het is vervolgens aan de officier van justitie om bij de beoordeling of en zo ja op welke wijze de snelheidsovertreding strafrechtelijk moet worden afgedaan, de reeds opgelegde sanctie op grond van de Wahv te betrekken. Of de officier van justitie dat op juiste wijze heeft gedaan, staat niet ter beoordeling van het hof. Indien de betrokkene meent dat de officier van justitie dit niet op juiste wijze heeft gedaan dient zij dit in het kader van de strafrechtelijke procedure aan de orde te stellen.
De betrokkene heeft ter zitting van het hof aangegeven dat zij verzet heeft ingesteld tegen de door de officier van justitie uitgevaardigde strafbeschikking. Zij heeft inmiddels een oproeping ontvangen voor de terechtzitting van de kantonrechter waar haar verzet zal worden behandeld. Daar kan zij haar klacht dat zij met twee sancties te maken heeft naar voren brengen.
14. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Broere als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.