ECLI:NL:GHARL:2023:4672
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- G. Mintjes
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.E. van Wees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in zaak medeplegen moord en voorlopige hechtenis
Verzoeker, veroordeeld tot 20 jaar en 10 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van moord, wendde zich tot het hof met een wrakingsverzoek tegen drie raadsheren die een beslissing namen over de voorlopige hechtenis. Het verzoek betrof de motivering van de afwijzing van een verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis, waarbij de raadsheren een voorlopige beoordeling maakten van de bewijswaarde van een getuigenverklaring.
De wrakingskamer overwoog dat de motivering van het hof een voorlopig karakter heeft en geen definitief oordeel inhoudt over de bewijswaardering of het vonnis. De passages die verzoeker aanvoerde als blijk van vooringenomenheid betreffen een feitelijke weergave van verklaringen en een voorlopige toetsing van de ernst van de bezwaren voor voortzetting van de voorlopige hechtenis.
De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid, wat hier ontbrak. Het wrakingsverzoek werd dan ook afgewezen. De raadsheren hebben hun oordeel gegeven binnen het kader van de voorlopige hechtenis en zonder definitief standpunt over de bewijswaardering of het vonnis in eerste aanleg.
De uitspraak bevestigt dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen (tussen)beslissingen en dat motiveringen, ook als kritisch, niet snel leiden tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.