ECLI:NL:GHARL:2023:4686

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 juni 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.496/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boordsnelheidsmetermeting bij snelheidsovertreding op autosnelweg

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het rijden met 28 km/u te hard op de Rijksweg A1 buiten de bebouwde kom. De meting vond plaats met een boordsnelheidsmeter in een politievoertuig dat een constante snelheid aanhield terwijl de afstand tot de gevolgde voertuigen toenam (uitloopmeting).

De gemachtigde voerde in hoger beroep aan dat het onmogelijk zou zijn drie voertuigen gelijktijdig te meten en dat de kalibratietabel ondeugdelijk was vanwege een onverklaarbare lage kilometerstand bij kalibratie. De advocaat-generaal overlegde een aanvullend proces-verbaal met een gedetailleerde verklaring van de verbalisant over de meetmethode en een e-mail van de kalibratie-instelling die de geldigheid van de kalibratie bevestigde.

Het hof oordeelde dat de meetmethode betrouwbaar is, dat de kalibratie volgens de geldende normen is uitgevoerd en dat de lage kilometerstand een administratieve fout betreft zonder invloed op de kalibratie. De verwijzing naar een arrest uit 2005 was niet relevant omdat die over een andere meetmethode ging. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de snelheidsovertreding en wijst het hoger beroep en verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.496/01
CJIB-nummer
: 240002345
Uitspraak d.d.
: 5 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 15 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 271,- voor: “28 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 maart 2021 om 10:26 uur op de Rijksweg A1 in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat het onmogelijk is om drie voertuigen tegelijkertijd te meten, omdat er een tussenafstand bewaard dient te worden tot één ander voertuig. Onduidelijk is welke van de drie voertuigen gemeten is, terwijl alle drie de bestuurders zijn bekeurd. De andere twee zaken betreffen de zaken met en CJIB-nummers: 240002346 en 240002344 (hof: Wahv nummers 200.319.275 en 200.319.278). De drie zaakoverzichten zijn identiek qua gegevens ten aanzien van de meting. Verder valt op dat de kalibratietabel is gemaakt op 30 juli 2020 en de kilometerstand is genoteerd op 10 km. Het dienstvoertuig is echter al op 21 januari 2019 op naam gesteld, zodat de kalibratietabel daarmee volgens de gemachtigde ondeugdelijk is en de snelheidsmeting niet correct is uitgevoerd en gecorrigeerd.
3. Het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 140.
Snelheid volgens kalibratietabel: 133.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 128.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 28.
Geschatte snelheid verdachte: 165.
Meetafstand: 500 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 30-07-2021
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het college van Procureurs-Generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid, volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig
[kenteken2] .
(…)
Opmerkingen ambtenaar 1:
Groepje van drie sport auto’s met minimaal dezelfde snelheid. Alle drie reden als groep bij elkaar in de buurt van elkaar en accelereerden met hoge snelheid weg als er geen voorliggers waren. Hierbij was het geluid dat de voertuigen maakte bij het accelereren en loslaten van het gas goed hoorbaar als snerpend en knetterend geluid. De piekmeting was ruim boven de 150 km/u. Geijkte snelheid.
(…)
Verklaring betrokkene: dat klopt we reden te snel excuses hiervoor”
4. Door de advocaat-generaal is in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van 22 september 2022 overgelegd, waarin de ambtenaar - voor zover hier van belang - als volgt verklaart:
“Verbalisant die al vanaf 1991 bij de verkeersafdeling van het KLPD werkzaam is en ook opgeleid is voor onopvallende surveillance sloot achter het laatste voertuig aan om een goed beeld te krijgen van hun gedragingen en snelheid.
Omdat de drie bestuurders regelmatig fors accelereerden tot boven de invorderingsgrens en vervolgens weer hun gas loslieten en dit herhaalden en het politievoertuig niet zo snel was is gekozen om een uitloopmeting te starten waarbij het politievoertuig zijn snelheid constant houdt en de afstand tussen het politievoertuig en de gevolgde voertuigen groter wordt waarbij de logica zegt dat die voertuigen sneller rijden dan het politievoertuig. Doordat het politievoertuig een constante snelheid reed en alle drie de genoemde voertuigen wegreden bij het politievoertuig, reden alle drie de voertuigen sneller dan het politievoertuig op dat moment. Voor deze snelheid na correctie zijn de voertuigen geverbaliseerd en niet voor de hoge pieken. (…)
Verbalisant heeft constant zicht gehad op de drie voertuigen die bij elkaar bleven rijden. (…)
Voor wat betreft het verweer van verdachte dat het niet mogelijk is om drie voertuigen tegelijk te meten is dat onjuist. Het is juist met deze meetmethode wel mogelijk omdat alle voertuigen die op dat moment wegrijden bij het constant rijdende politievoertuig sneller rijden. Deze meting is heel gunstig voor de bestuurder. Het politievoertuig reed op een gegeven moment constant 140 km/u op de boordsnelheidsmeter achter de drie genoemde voertuigen. De drie voertuigen accelereerden plotseling weg en het politievoertuig bleef 140 km/u rijden over een afstand van 500 meter. Alle drie reden dus sneller dan 140 boordsnelheidsmeter = 133 km/u geijkte snelheid = 128 km/u na correctie. Zij zijn voor deze snelheid geverbaliseerd ondanks dat ik schat dat zij zeker 165 km/u piek hebben gereden waar 100 was toegestaan.”
5. Daarnaast is door de advocaat-generaal een e-mailbericht van 14 september 2022 van [naam1] overgelegd. Hierin staat onder meer het volgende:
“Het voertuig met kenteken [kenteken2] is door ons op 30 juli 2020 gekalibreerd, het gaat hier over een nieuw voertuig dat bij kalibratie de kilometerstand van 10 kilometer krijgt, na kalibratie van het voertuig wordt het voertuig uitgeleverd en in gebruik genomen (…). Het kalibratie kaartje is een jaar geldig en het voertuig wordt binnen 11 maanden weer opgeroepen voor een nieuwe kalibratie, na deze kalibratie wordt ook dan de kilometerstand weer aangepast. In 2019 was het Corona tijd en veel voertuigen werden bij ons pas op een later tijdstip aangeboden om gekalibreerd te worden dan gebruikelijk dat kan een oorzaak zijn, dat er zoveel tijd tussen zit.”
6. De gemachtigde heeft in reactie op deze stukken aangevoerd dat het opvallend is dat het een voertuig betreft dat 1,5 jaar in gebruik is en slechts een kilometerstand van 10 km heeft. Dat er 1,5 jaar niet met dit voertuig zou zijn gereden, acht hij niet aannemelijk. Ook indien het voertuig later zou zijn aangeboden voor kalibratie verklaart dat niet waarom het voertuig een kilometerstand van 10 km heeft en de vraag is in hoeverre [naam1] hierover iets kan zeggen. De gemachtigde blijft erbij dat een meting van drie voertuigen tegelijkertijd niet mogelijk is, nu de tussenafstand per voertuig varieert omdat de voertuigen achter elkaar reden. Verder is hierbij van belang dat de twee betrokken Audi’s veel sneller zijn dan de Porsche van de betrokkene. Tot slot wijst de gemachtigde op het arrest van het hof van 27 juli 2005.
7. Naar aanleiding van deze nadere opmerkingen van de gemachtigde heeft advocaat-generaal nog aanvullende reacties van [naam1] en de ambtenaar ingebracht.
[naam1] deelt het volgende mee:
“Het voertuig met kenteken [kenteken2] is door ons op 30 juli 2020 gekalibreerd, het gaat hier over een nieuw voertuig dat bij kalibratie de kilometerstand van 10 kilometer krijgt, na kalibratie van het voertuig wordt het voertuig uitgeleverd en in gebruik genomen, dit kan ook nog enige tijd duren. Dat het voertuig eerder op naam gezet wordt daar hebben wij geen invloed op.”
De reactie van de ambtenaar luidt als volgt:
“Ik heb het één en ander uitgezocht.
  • De Peugeot met kenteken [kenteken2] is inderdaad op 21 januari 2019 toegelaten in Nederland (Deel 1).
  • Deze auto is (…) gekocht door de politie op 1 juli 2020.
  • De afgelezen kilometerstand was toen ongeveer 26000 km.
  • De auto is op 30 juli 2020 voor kalibratie bij Firma [naam1] geweest.
  • Deze kalibratie is volgens de regels uitgevoerd dus de afwijking van de boordsnelheidsmeter is vastgesteld volgens de geldende normen.
  • De persoon die de kalibratie heeft uitgevoerd heeft abusievelijk een verkeerde kilometerstand in het systeem ingevoerd. Dit heeft echter geen invloed op de kalibratie op zich.”
8. Uitgangspunt bij het meten via een boordsnelheidsmeter is dat het voertuig van de ambtenaar het voertuig volgt waarvan de snelheid moet worden vastgesteld, waarbij wordt gezorgd voor een (vrijwel) gelijkblijvende tussenafstand. In de zaak van de betrokkene is zelfs verklaard dat de tussenafstand merkbaar groter werd doordat de betrokkene en de andere twee betrokken bestuurders accelereerden en daardoor wegreden bij het dienstvoertuig. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de gedane meting. Dat een meting zoals deze niet is toegestaan, blijkt niet uit de wet noch uit jurisprudentie. Evenmin bestaat reden om aan te nemen dat niet van de in het dossier aanwezige kalibratietabel kan worden uitgegaan. Naar het oordeel van het hof is met de aanvullende informatie over de kalibratie van de boordsnelheidsmeter van het betreffende dienstvoertuig genoegzaam komen vast te staan dat de kalibratie op de juiste wijze is uitgevoerd. De verwijzing naar het arrest van het hof van 27 juli 2005 treft geen doel, nu in die zaak de gedraging met een mobiele trajectsnelheidsmeter is vastgesteld. Aldus is op basis van de aanwezige gegevens genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
9. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.