ECLI:NL:GHARL:2023:4687

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 juni 2023
Publicatiedatum
5 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.857/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 21 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boetesnelheid na correctie boordsnelheidsmeter bij snelheidsoverschrijding op A10

De betrokkene werd bij beschikking een boete van €297 opgelegd wegens het rijden van 30 km/u te hard op de A10 in Amsterdam op 31 oktober 2020. De snelheid werd gemeten met een boordsnelheidsmeter van een dienstvoertuig, waarbij de afgelezen snelheid werd gecorrigeerd volgens een kalibratietabel en wettelijke correcties, resulterend in een werkelijke snelheid van 130 km/u terwijl de toegestane snelheid 100 km/u bedroeg.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de ambtenaar de snelheid onjuist had vastgesteld en dat de bebording niet duidelijk was. Het hof oordeelde echter dat de ambtenaar de snelheid juist had vastgesteld, de kalibratietabel correct had toegepast en dat de ambtenaar zich ervan had overtuigd dat de bebording aanwezig en zichtbaar was.

Het hof verwierp de bezwaren van de betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De boete voor de snelheidsovertreding op de A10 wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.857/01
CJIB-nummer
: 237430143
Uitspraak d.d.
: 5 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 297,- voor:
“30 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 oktober 2020 om 20:01 uur op de Ringweg-Zuid (A10) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar de lagere snelheid van
140 km per uur had moeten gebruiken om de gekalibreerde snelheid bij op te zoeken en daar de wettelijke correctie nog op toe te passen. Op de kalibratietabel komt 145 km per uur namelijk niet voor, omdat het politievoertuig is gekalibreerd voor -precies van de boordsnelheidsmeter af te lezen- tientallen. Niet gebleken is dat op de van de boordsnelheidsmeter afgelezen snelheid de in de Aanwijzing (het hof begrijpt: de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers) bedoelde correctie dient plaats te vinden. Daarnaast kan uit de verklaring van de ambtenaar dat hij er dagelijks rijdt en er overal borden staan, niet worden afgeleid dat de bebording op de pleegdatum in orde was. Nu er geen borden A1 aanwezig waren die een lagere dan de gebruikelijke maximumsnelheid aangaven, geldt de hoofdregel van artikel 21, sub a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, namelijk dat op autosnelwegen een maximumsnelheid van
130 km per uur geldt.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 145.
Snelheid volgens kalibratietabel: 135.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 130.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 30.”
5. In het dossier bevindt zich verder een aanvullend proces-verbaal van 8 september 2021. Als bijlage bij dit proces-verbaal is de kalibratietabel gevoegd. De ambtenaar verklaart in het aanvullend proces-verbaal – voor zover hier relevant – het volgende:
“Ik heb mij ervan overtuigd dat de bebording met 100 km per uur overal geplaatst is langs de A10. De gehele autosnelweg A10 is 100 km per uur en overal staan borden. Ik rijd er dagelijks. Uit niets blijkt enige twijfel over de maximumsnelheid. (…) Verder heb ik de meting dusdanig zuiver gedaan over voldoende afstand, dat ik zeker weet dat betrokkene de gedraging heeft gepleegd. Door de tussenafstand uitlopend te houden, weet ik zeker dat betrokkene minimaal de snelheid heeft gereden als het geijkte dienstvoertuig waarmee ik reed.”
6. Uit de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (2018|001) volgt dat de boordsnelheidsmeter met stappen van maximaal 10 kilometer wordt gekalibreerd. De waarden waarmee moet worden gecorrigeerd om de gemeten snelheid te bepalen zijn op de in het dienstvoertuig aanwezige kalibratietabel vermeld. Als de afgelezen snelheid geen tiental is, dan volgt correctie met de hoogste van de twee correctiewaarden vermeld bij de tientallen waar de afgelezen snelheid tussen ligt. De gemeten snelheid moet vervolgens nog worden gecorrigeerd met de correctie van de maximale fout, zijnde 3 km per uur voor snelheden niet hoger dan 100 km per uur en
3 procent van de gemeten snelheid voor snelheden hoger dan 100 km per uur.
7. Het hof stelt vast dat de afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter in dit geval 145 km per uur bedraagt. Nu deze snelheid geen tiental betreft, dient de afgelezen snelheid in dit geval gecorrigeerd te worden met de correctiewaarde die op de kalibratietabel van het dienstvoertuig is vermeld bij 150 km per uur, nu deze waarde groter is dan die bij 140 km per uur. Dit is in het belang van de betrokkene. Uit de zich in het dossier bevindende kalibratietabel volgt dat bij een afgelezen snelheid van 150 km per uur de gemeten snelheid 140 km per uur bedraagt. De correctiewaarde bedraagt daarmee 10 km per uur. Dit brengt mee dat bij een afgelezen snelheid van de boordsnelheidsmeter van 145 km per uur de snelheid volgens de kalibratietabel 135 km per uur bedraagt. De correctie van de maximale fout bedraagt in dit geval 5 km per uur, waardoor de werkelijke met het voertuig van de betrokkene gereden snelheid 130 km per uur bedraagt. Gelet hierop heeft de ambtenaar de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid, zoals onder 4 is weergegeven, juist vastgesteld. De klacht van de gemachtigde treft geen doel.
8. Nu de snelheid van het voertuig van de betrokkene is gemeten met behulp van een boordsnelheidsmeter, was de ambtenaar zelf ter plaatse. Volgens vaste rechtspraak van het hof is in dat geval het uitgangspunt dat mag worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de bebording aanwezig is en duidelijk zichtbaar (ECLI:NL:GHARL:2020:1803). De ambtenaar heeft in het aanvullend proces-verbaal ook verklaard zich ervan overtuigd te hebben dat de A1 bebording op de pleeglocatie aanwezig was. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om daaraan te twijfelen.
9. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.