ECLI:NL:GHARL:2023:48

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 januari 2023
Publicatiedatum
3 januari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.308.163/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 RVV 1990
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie groot licht voeren op snelweg ondanks betwisting feitcode

De betrokkene werd een sanctie van €140 opgelegd wegens het voeren van groot licht op de A7 in Middenbeemster op 11 november 2020. De betrokkene stelde dat onnodig signaleren met groot licht werd bedoeld en dat een andere feitcode (R419) had moeten worden toegepast. Het hof oordeelde dat de gebruikte feitcode R425 correct was omdat de bestuurder daadwerkelijk groot licht voerde terwijl dit volgens artikel 32 RVV Pro 1990 niet was toegestaan.

De verklaring van de ambtenaar, die op ambtsbelofte was opgemaakt, stelde vast dat de bestuurder bumperkleefde bij een inhalende personenauto en het groot licht onnodig aan en uit schakelde. Dit gedrag was niet betwist en viel onder de overtreding van het RVV 1990. Het hof zag geen reden om de feitcode te wijzigen en bevestigde de beslissing van de kantonrechter.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat geen aanleiding bestond deze toe te kennen. Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en op 3 januari 2023 uitgesproken in Leeuwarden.

Uitkomst: De sanctie van €140 voor het voeren van groot licht wordt bevestigd en het beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.308.163/01
CJIB-nummer
: 237645606
Uitspraak d.d.
: 3 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 11 januari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “groot licht voeren bij dag/tegenkomen ander/bij volgen ander (motorvoertuig
(+ aanhangwagen)), bromfiets, snorfiets of gehandicapten voertuig (R425)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 november 2020 om 16:35 uur op de A7 in Middenbeemster met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene ‘onnodig met groot licht seinde’. De ambtenaar had daarom feitcode R419 (‘signalen geven in andere gevallen dan toegestaan’) moeten gebruiken. Aldus is een onjuiste feitcode gebruikt en de kantonrechter heeft dit ten onrechte niet onderkend.
3. Voormelde gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 32, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) waarin is bepaald dat bestuurders van een motorvoertuig bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht voeren. Het tweede lid luidt als volgt:
“Het voeren van groot licht in plaats van dimlicht is toegestaan behoudens in de volgende gevallen:
a. bij dag;
b. bij het tegenkomen van een andere weggebruiker en
c. bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig.”
4. Onbetwist staat vast dat de bestuurder op de onder 1. omschreven dag, tijd en plaats met groot licht heeft gereden. Uit de (op ambtsbelofte) opgemaakte reactie van de ambtenaar die de gedraging heeft geconstateerd volgt – zakelijk en kort weergegeven – dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene aan het bumperkleven was bij een inhalende personenauto’s en dat het grote licht constant onnodig aan en uit werd gedaan. De bestuurder reed, zo volgt uit de verklaring, steeds kort op de andere personenauto’s en pushte ze naar de rechter rijbaan. Deze verklaring is verder niet betwist en gelet op het onder artikel 32, eerste lid, onder a en c, van het RVV 1990 vermelde, staat vast dat de gedraging waarvoor een sanctie is opgelegd, is verricht. De ambtenaar heeft derhalve op juiste gronden feitcode R425 gebruikt en het hof ziet, net als de kantonrechter, geen aanleiding om de feitcode te wijzigen.
5. De grond treft aldus geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.