ECLI:NL:GHARL:2023:4820

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
7 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.314.278/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:6 APV gemeente TerneuzenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor langdurig parkeren camper op openbare weg

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het langer dan de wettelijk toegestane termijn parkeren van zijn camper op de openbare weg in de gemeente Terneuzen. De camper stond op 25 augustus 2020 en nog steeds op 29 augustus 2020 op dezelfde plek, wat in strijd is met artikel 5:6 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV).

De betrokkene voerde aan dat hij de camper voor verkeersdoeleinden gebruikt en dat er geen duidelijk beleid is over wat als 'buitensporig' parkeren geldt. Ook stelde hij dat de ambtenaar niet bevoegd is om dit criterium in te vullen. Het hof oordeelde echter dat de APV zich richt op categorieën voertuigen en dat campers doorgaans niet dagelijks als vervoermiddel worden gebruikt. Het criterium 'buitensporig' is niet bedoeld voor toetsing bij elke individuele overtreding, maar voor de aanwijzing van het toepassingsgebied.

Verder is vastgesteld dat de camper daadwerkelijk langer dan drie dagen op dezelfde plek stond, wat de overtreding bevestigt. Het hof overwoog dat discretionaire bevoegdheid van ambtenaren om sancties op te leggen niet betekent dat het feit dat andere weggebruikers niet zijn beboet, de betrokkene vrijwaart. Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter om de sanctie van €95 te handhaven.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 wegens het langer dan drie dagen parkeren van de camper op de openbare weg.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.314.278/01
CJIB-nummer
: 236081666
Uitspraak d.d.
: 7 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 20 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. drs. G. van Den Dool, kantoorhoudende te Middelburg.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “op een aangewezen weg een caravan, kampeer/aanhangwagen e.d. plaatsen of hebben langer dan de vastgestelde termijn”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 augustus 2020 om 14:19 uur op de [adres] in Sluiskil met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet is verricht. De betrokkene gebruikt zijn camper vrijwel dagelijks voor verkeersdoeleinden. Er is daarom niet voldaan aan het eerste lid van artikel 5:6 van Pro de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Terneuzen 2015 (APV). Verder voert de gemachtigde - kort samengevat - aan dat het college van burgemeester en wethouders (het college) door middel van beleid dient te bepalen wanneer sprake is van ‘buitensporig’ in de zin van artikel 5:6 van Pro de APV. Dat beleid is er niet, althans niet kenbaar gemaakt. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd voelt zich geroepen om als regelgever-plaatsvervanger op te reden, maar de ambtenaar is niet bevoegd om in te vullen wat het oordeel van het college is in een concrete situatie. De betrokkene kan vaak met zijn camper de achtertuin niet in, omdat er op de hoek van de straat binnen de verboden vijf meter auto’s worden geparkeerd. De ambtenaar handhaaft deze verbodsbepaling niet.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 5:6, eerste lid, onder a, van de APV. Hierin is het volgende bepaald:
“Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 8 januari 2021. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende: “Op 25 augustus 2020, omstreeks 14.19 uur, stond motorvoertuig met het kenteken [kenteken] op de openbare weg in de [adres] te [woonplaats] (gemeente Terneuzen) geparkeerd. De betrokkene [de betrokkene] is door mij, verbalisant, tijdens een wijkschouw op 17 september 2019 aangesproken over zijn camper. Ook is de betrokkene door de wijkcoördinator hierover aangesproken destijds. De betrokkene is door mij, verbalisant, zoals eerder vermeld, aangesproken over het langdurig stallen of hebben van zijn camper in de woonwijk. Ik, verbalisant, heb de betrokkene destijds uitgelegd dat de camper maar drie dagen op de openbare weg mocht staan en hij deze moet stallen. Ik, verbalisant, merk hierbij op dat het steeds verplaatsen van de camper na drie dagen geen zin heeft, omdat het valt onder de verbodsbepaling van de APV. De reden dat de gemeente een dergelijk verbod in de APV heeft opgenomen is dat de gemeente niet wil hebben dat het uitzicht op de openbare weg wordt beperkt en de parkeerdruk in de straat hierdoor langdurig wordt verhoogd. De gemeente wil niet hebben dat campers onbeperkt op de openbare weg staan en daarmee het straatbeeld verstoren. De tijdsperiode van drie dagen blijft gehandhaafd ongeacht de plek of de verplaatsing. De betrokkene is de afgelopen jaren al diverse malen gewaarschuwd en geverbaliseerd voor deze gedraging. Aansluitend merk ik op dat het stallen van een camper in de achtertuin ook niet is toegestaan op basis van het bestemmingsplan. De betrokkene wenst zijn camper kennelijk niet te stallen bij bijvoorbeeld een camperstalling. Op 29 augustus 2020, omstreeks 12:36 uur, stond betrokkene (het hof begrijpt: de camper) nog op dezelfde plek.”
5. Het dossier bevat verder een aantal foto’s van 25 augustus 2020 en 29 augustus 2020. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd staat op een met klinkers bestrate strook naast de rijbaan.
6. Dat de betrokkene de camper voor verkeersdoeleinden gebruikt, brengt niet mee de gedraging niet kan worden vastgesteld. De aanhef van artikel 5:6 van Pro de APV heeft, anders dan de gemachtigde meent, geen betrekking op individuele voertuigen, maar op categorieën voertuigen die voor andere dan verkeersdoeleinden plegen te worden gebruikt (vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1079). De camper van de betrokkene valt hieronder. Een camper pleegt niet dagelijks als vervoermiddel te worden gebruikt.
7. Het hof is voorts van oordeel dat het criterium ‘buitensporig met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte of schadelijk voor het uiterlijk aanzien van de gemeente’ niet een criterium is waaraan moet worden getoetst bij de vaststelling van elke individuele overtreding van de APV-bepaling. Het betreft een criterium waaraan het college heeft getoetst bij de aanwijzing van de bebouwde kom als het gebied waarin de APV-bepaling geldt. Anders dan de gemachtigde meent, is het dus niet zo dat de ambtenaar heeft beoordeeld dat de camper in dit geval ‘buitensporig’ stond geplaatst. De ambtenaar geeft in haar verklaring slechts uitleg over de reden waarom dit verbod in de APV is opgenomen. De grond dat geen sprake is van beleid over wat als ‘buitensporig’ is aan te merken en dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd niet bevoegd is dit in te vullen, treft geen doel.
8. De ambtenaar heeft op 29 augustus 2020 geconstateerd dat de camper nog op dezelfde plek op de weg stond als op 25 augustus 2020. Dit heeft de betrokkene ook niet ontkend. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Tot slot overweegt het hof dat ambtenaren in geval van gedragingen die onder de werking van de Wahv vallen een discretionaire bevoegdheid hebben op grond waarvan zij een zekere vrijheid hebben om te bepalen of zij in een concreet geval al dan niet een sanctie opleggen. Dat aan andere weggebruikers voor het parkeren binnen vijf meter van een kruispunt aan de achterzijde van de woning van de betrokkene geen sanctie is opgelegd, maakt niet dat de betrokkene in dit geval van een sanctie gevrijwaard zou moeten blijven.
10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.