ECLI:NL:GHARL:2023:483

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 januari 2023
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.083/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren zonder geactiveerde vergunning op parkeerplaats vergunninghouders

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder een geactiveerde vergunning op het kenteken van het betrokken voertuig. Hoewel de betrokkene beschikte over een vergunning met meerdere gekoppelde kentekens, was het kenteken van het geparkeerde voertuig niet geactiveerd in het digitale systeem. Dit leidde tot de oplegging van een boete van €95.

De betrokkene stelde dat er problemen waren bij de overgang naar het digitale vergunningensysteem en dat de ambtenaar de vergunning digitaal had kunnen raadplegen. De advocaat-generaal stelde echter dat zonder activatie van het kenteken geen geldige vergunning bestond en dat de sanctie terecht was opgelegd. Ter zitting werd toegelicht dat vergunninghouders sinds 1 januari 2020 één kenteken moeten activeren in het nieuwe ParkeerStart-systeem om parkeerrecht te verkrijgen.

Het hof concludeerde dat zonder activatie van het kenteken geen vergunning van kracht was en bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken op een openbare zitting.

Uitkomst: De sanctie voor parkeren zonder geactiveerde vergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.083/01
CJIB-nummer
: 234031969
Uitspraak d.d.
: 19 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 3 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 januari 2023. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R397I - parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 mei 2020 om 15:12 uur op de Gerrit van Stellingwerfstraat in Amersfoort met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene ten tijde van de gedraging over een vergunning beschikte. Een afdruk van deze vergunning is opgenomen in het beroepschrift. Vermoedelijk hebben zich bij de overgang naar een digitaal vergunningensysteem problemen voorgedaan. De ambtenaar had in ieder geval de vergunning digitaal kunnen raadplegen.
3. De sanctie is opgelegd ter zake van overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Dit artikel luidt:
"De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend."
4. De advocaat-generaal is, nu er geen sprake was van een geldige parkeervergunning, primair van mening dat de gedraging is verricht en dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd. Subsidiair stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat de feitcode gewijzigd moet worden in R592A (“voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden”), nu uit aanvullende informatie blijkt dat de betrokkene ten tijde van de gedraging wel over een vergunning beschikte, maar deze op dat moment niet was geactiveerd.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld. Verder is in het overzicht - zakelijk weergegeven - vermeld dat het voertuig zonder vergunning geparkeerd stond op een parkeerplaats voor vergunninghouders.
6. Het dossier bevat onder meer een proces-verbaal van bevindingen van 27 september 2022 en een afdruk van een mailwisseling met de ambtenaar. Hierin is respectievelijk het volgende verklaard:
“De vergunning is gecontroleerd door middel van ons systeem City Control. Het kenteken van de voertuig is in het systeem City Control gescand en hieruit is gekomen dat er geen vergunning stond geregistreerd op het kenteken.”
“Het klopt dat vergunninghouders zelf op een kenteken de betaalde digitale vergunning moeten activeren. (…) Ik heb contact gehad met Parkeerservice Amersfoort. Een medewerker heeft voor mij op vergunningsnummer gezocht en kon zien dat er vanaf 1 mei 2020 een vergunning was, maar dat er geen kentekens hieraan gekoppeld waren. Ook kenteken [kenteken] kwam niet voor in zijn systeem als geactiveerd op een bewonersvergunning of bezoekersregeling.”
7. Ter zitting heeft de advocaat-generaal nog een afdruk van correspondentie overgelegd van het team Parkeerrechten met vergunninghouders. Hierin staat onder meer het volgende:
“Heeft u meerdere kentekens op uw bewonersvergunning? Het gebruik van uw bewonersvergunning gaat voor u veranderen. Vanaf 1 januari maakt u gebruik van een het nieuw ParkeerStart waarin u één van uw kentekens activeert. Wij zetten uw kentekens alvast voor u klaar. (…) Denk er wel aan dat u zelf op 1 januari 2020 één van uw kentekens in ParkStart activeert. Zonder geactiveerd kenteken heeft u geen parkeerrecht.
8. Het hof stelt vast dat een parkeervergunning voor meerdere kentekens ter plaatse slechts werking heeft na activatie van een van de kentekens. Het beroepschrift bevat een schermafdruk van een parkeerapp waarin twee kentekens zijn weergegeven. Een van de kentekens is van het betrokken voertuig. Gesteld noch anderszins gebleken is dat het kenteken van dit voertuig ten tijde van de gedraging was geactiveerd. Gelet hierop was ten tijde van de gedraging geen sprake van een geldige vergunning. De sanctie is dan ook terecht opgelegd.
9. De kantontonrechter heeft juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.