ECLI:NL:GHARL:2023:4843

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
200.316.950/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 20 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom ondanks betwisting bebording

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het rijden met 63 km/u waar 50 km/u is toegestaan binnen de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel. De betrokkene betwistte dat het begin van de bebouwde kom was aangegeven met bord H1, waarmee de snelheidsovertreding zou zijn vastgesteld.

Het hof overwoog dat het niet noodzakelijk is dat alle toegangswegen tot de bebouwde kom zijn voorzien van bord H1, maar dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder de bebouwde kom is ingereden, dit wel moet zijn. De betrokkene gaf echter niet aan via welke toegangsweg hij de bebouwde kom was binnengekomen.

De door de betrokkene opgegeven rijroute lag volledig binnen de bebouwde kom, waardoor het hof geen aanleiding zag om aan te nemen dat de bebording ontbrak. Het beroep tegen de beslissing van de kantonrechter werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: De boete voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt bevestigd en het beroep afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.316.950/01
CJIB-nummer
: 235268378
Uitspraak d.d.
: 8 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 14 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 118,- voor: “13 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 juli 2020 om 22:26 uur op de Capelseweg, ter hoogte van perceel 112, in Capelle aan den IJssel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat wordt betwist dat sprake was van een bord H1, waarmee het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven. Uit het dossier blijkt niet dat (kort) voor aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. De betrokkene reed vanaf de N219 de Capelseweg op en is op die route geen bord H1 gepasseerd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat dat met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats op een weg binnen de bebouwde kom met een gecorrigeerde snelheid van 63 km/h is gereden, terwijl de maximumsnelheid aldaar 50 km/h bedraagt.
5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1 van bijlage 1 bij het RVV 1990. Om vast te kunnen stellen dat de gedraging is verricht is niet noodzakelijk dat wordt vastgesteld dat iedere toegangsweg tot de bebouwde kom van een bord H1 is voorzien. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de bebouwde kom is ingereden is voorzien van een bord H1. Dit uitgangspunt brengt mee dat een betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, moet aangeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:1803).
6. Als bijlage bij het verweerschrift is informatie van de gemeente Capelle aan den IJssel overgelegd, te weten een plattegrond waarop is aangegeven waar de grenzen van de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel zich bevinden. Op basis hiervan stelt het hof vast dat de door de betrokkene opgegeven rijroute zich geheel binnen de bebouwde kom bevindt. Nu niet is aangegeven via welke toegangsweg de bestuurder de bebouwde kom is ingereden, ontbreekt de noodzaak tot het vaststellen van de aanwezigheid van de bebording. De grond treft geen doel.
7. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd en dat het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.