ECLI:NL:GHARL:2023:4869

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.302.250/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, derde lid, WahvArtikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrechtBesluit van 26 januari 2023 tot wijziging van de bijlage bij artikel 2, eerste lid, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie geslotenverklaring met aanpassing sanctiebedrag

De betrokkene werd door de officier van justitie gesanctioneerd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 14 februari 2020. Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat de inleidende beschikking onvoldoende bewijs bevatte, onder meer vanwege onduidelijke foto en ontbrekende databalkinformatie.

Het hof oordeelt dat de aangevoerde bezwaren niet opgaan, omdat het dossier voldoende bewijs bevat dat het voertuig van de betrokkene de geslotenverklaring heeft overtreden. Wel wijst het hof op een wijziging in de feitcodes per 1 maart 2023, waarbij feitcode R550b is vervallen en vervangen door een meer generieke feitcode R550a. Hoewel de feitcode niet wordt gewijzigd, past het hof het meest gunstige sanctietarief toe, waardoor het sanctiebedrag wordt verlaagd van €140 naar €95.

Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, omdat het beroep gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de sanctie aangepast. De restituering van teveel betaalde zekerheid wordt eveneens bepaald.

Uitkomst: Het gerechtshof verlaagt het sanctiebedrag naar €95 en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.302.250/01
CJIB-nummer
: 233103738
Uitspraak d.d.
: 9 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 31 augustus 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. De verzoeken om een proceskostenvergoeding en wettelijke rente zijn afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “R550b - handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen, weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 februari 2020 om 17:02 uur op De Binding in Zaandam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd, omdat is gehandeld in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (het Beleidskader). Op de foto van de gedraging zijn enkel een kenteken en (achter)reflectoren te zien. De contouren van het voertuig zijn in het geheel niet zichtbaar. Niet duidelijk is of dit het voertuig van de betrokkene is. Ook ontbreekt op de foto een (leesbare) databalk waarop essentiële informatie staat zoals welke camera het betreft, tijd en datum van de opname. De witte lijnen rechtsboven in beeld zijn niet te herkennen als tekst. Ook kan niet worden vastgesteld dat de camera tijdens de schouw is gecontroleerd, zoals het Beleidskader voorschrijft.
3. De voorwaarden die de gemachtigde noemt, betreffen niet de wijze waarop de ambtenaar van zijn bevoegdheid tot oplegging van de sanctie gebruik moet maken. Ze zijn daarmee niet aan te merken als beleidsregels als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wahv (vgl. het arrest van het hof van 28 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9217).
4. Voorts heeft het hof eerder reeds geoordeeld dat het Beleidskader niet voorschrijft dat de camera tijdens de schouw wordt gecontroleerd.
5. Het dossier bevat met het zaakoverzicht en een afdruk van de foto waarmee de gedraging is vastgesteld voldoende informatie voor de vaststelling dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Op de door de advocaat-generaal in hoger beroep overgelegde grotere afdruk van de foto is een kentekenplaat zichtbaar met daarop het kenteken [kenteken] , het kenteken van het voertuig van de betrokkene. Verder staat in de databalk bij de foto de datum en het tijdstip vermeld waarop het voertuig de geslotenverklaring is ingereden, te weten 14 februari 2020 om 17:02 uur vermeld. De gronden treffen geen doel.
6. Ambtshalve overweegt het hof dat op 1 maart 2023 het Besluit van 26 januari 2023 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv en het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven (het Besluit) in werking is getreden (Staatsblad 2023, 53). Hierin is met betrekking tot de onderhavige feitcode, feitcode R550b, bepaald dat deze wegens inconsistent gebruik is afgesloten en dat voor de gedraging zoals omschreven in deze feitcode eveneens kan worden geverbaliseerd voor de meer generiek omschreven gedraging zoals opgenomen in feitcode R550a.
7. Tot wijziging van de feitcode behoeft dit niet te leiden, nu feitcode R550b ten tijde van de gedraging nog in gebruik was. Dit brengt echter wel mee dat, in aansluiting op rechtsoverweging 119 van het Scoppola-arrest (EHRM, 17 september 2009 (Scoppola tegen Italië), nr. 10249/03), het meest gunstige tarief toegepast dient te worden dat tussen de dag van de gedraging en de dag waarop het hof uitspraak doet, heeft gegolden. Het hof zal het sanctiebedrag daarom vaststellen op het ten tijde van de gedraging voor feitcode R550a geldende tarief van € 95,-.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof beslissen als hierna vermeld.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75 (= 1,5 x € 597,- x 0,5 + 2 x € 837,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre dat het sanctiebedrag op € 95,- wordt gesteld;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv teveel tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.