Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. P.A.J. van Putten (in Almere).
[de vader](de vader),
1.Onderwerp
2.Belangrijke informatie
3.De beslissing van de kinderrechter
.
4.Het hoger beroep
5.De rechtszaak bij het hof
;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, die sinds haar geboorte onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De ouders hebben gezamenlijk gezag, maar kampen met diverse problemen zoals relatieproblemen, persoonlijke problematiek, en middelengebruik. De minderjarige is sinds maart 2022 uit huis geplaatst en verblijft in een gezinshuis.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en verzocht om afwijzing of verkorting van de machtiging. Het hof heeft de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd. Het hof oordeelt dat de ouders onvoldoende inzicht en verbetering tonen in hun problematiek en dat de veiligheid en stabiliteit voor de minderjarige niet zijn gewaarborgd.
De vader vertoont impulsief en onvoorspelbaar gedrag met een belast verleden, waaronder verslaving en detentie. De moeder heeft een beperkt mentaliserend vermogen en kan onvoldoende inspelen op de emotionele behoeften van de kinderen. De omgangsregeling is door escalaties stil komen te liggen. De minderjarige vertoont gedragsproblemen die duiden op hechtingsproblematiek en trauma.
Het hof benadrukt dat de machtiging een inbreuk vormt op het gezinsleven, maar dit gerechtvaardigd is in het belang van de gezondheid en ontwikkeling van de minderjarige. De machtiging wordt niet verkort en blijft van kracht tot minimaal 2 januari 2024. Het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.