Belanghebbende is eigenaar van twee woningen in [plaats1], waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2019 door de gemeente Waadhoeke is vastgesteld op respectievelijk € 99.000 en € 97.000. Tegen deze waardebepalingen en de daarop gebaseerde OZB-aanslagen is bezwaar gemaakt, dat is afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Nederland, die de beroepen ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde in hoger beroep slechts de WOZ-waarde van de woning aan [adres1] 17 ter discussie, met een betoog dat de gehanteerde waardestijging ten opzichte van de aankoopprijs te hoog was. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport met referentieobjecten en een waarderingsmatrix. De taxateur lichtte toe dat de waardestijging circa 7% bedroeg, terwijl belanghebbende slechts een stijging van 5% aannemelijk maakte.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was, mede omdat belanghebbende de gebruikte gegevens niet betwistte en onvoldoende onderbouwing gaf voor een lagere waardering. Ook faalde het verweer dat de heffingsambtenaar relevante stukken niet had overgelegd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het Hof wees af dat griffierecht of proceskosten worden vergoed. De uitspraak is gedaan door voorzitter G.B.A. Brummer op 13 juni 2023 en is openbaar uitgesproken.