Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De tussenbeschikking
Het verdere procesverloop
De beoordeling
De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter het verzet tegen het dwangbevel ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De griffier van de rechtbank had de betrokkene gewezen op een vermeend zuim in het verzetschrift, namelijk een ontbrekende handtekening. Kennelijk is het verzet niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet herstellen van dit verzuim. De betrokkene betwist echter dat sprake was van een verzuim. Zij heeft conform de instructies voor Veilig Mailen, die vermeld staan op rechtspraak.nl, haar verzetschrift ingediend via het beveiligde webportaal van de Rechtspraak. De betrokkene had er met het oog op een geplande vakantie bewust voor gekozen digitaal te procederen. Zij wijst erop dat in het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021 (Staatscourant (2022, 1480) is voorgeschreven dat de rechtbank per e-mail behoort te communiceren met de indiener van een verzetschrift. Het per post verzonden verzoek van de griffier om het verzetschrift alsnog te ondertekenen, is dan ook niet rechtsgeldig. Uit het procesreglement blijkt ook dat de indiener van een digitaal verzetschrift nog veertien dagen de tijd heeft een handtekening na te zenden via de post. Het herstelverzoek van de griffier is nog binnen die termijn gedaan en dus te vroeg, aldus de betrokkene. Zij betoogt dat het niet herstellen van het verzuim vanwege de door de rechtbank gemaakte fouten haar niet mag worden toegerekend.