ECLI:NL:GHARL:2023:4932
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwikkeling huwelijkse voorwaarden en waardering aandelen en pensioenrechten
In deze civiele zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden centraal, waarbij het hof zich boog over de waardering van aandelen in [naam1] B.V. en de pensioenrechten van partijen. Het geschil betrof onder meer de vraag of bij de waardering rekening moest worden gehouden met overdrachtskosten en of de pensioenuitkeringen geïndexeerd moesten worden.
De man stelde dat bij de waardering van de aandelen rekening gehouden moest worden met overdrachtskosten, terwijl de vrouw dit betwistte en de deskundige deze kosten buiten beschouwing liet. Het hof oordeelde dat geen rekening hoefde te worden gehouden met transactiekosten, omdat er geen concreet verkoopvoornemen was en de kosten koper normaal gesproken door de koper worden gedragen.
Ten aanzien van de pensioenrechten stelde de man dat deze geïndexeerd moesten worden met 2% stijgende uitkeringen, gebaseerd op de pensioenovereenkomst en een arrest van de Hoge Raad. De vrouw betoogde dat de uitkeringen gelijkblevend moesten worden gewaardeerd. Het hof volgde de deskundige en oordeelde dat indexering met 2% passend was, wat ook de waarde van de aandelen beïnvloedde.
Het hof verwierp nieuwe, laat ingebrachte stellingen van de man over de pensioenpolis en bevestigde de eerdere waardering. Op basis van de vastgestelde waarden stelde het hof de vermogensopstelling vast en bepaalde dat de man aan de vrouw een bedrag van €446.292,34 moest voldoen uit hoofde van het finaal verrekenbeding. De beschikking van de rechtbank werd op onderdelen vernietigd en opnieuw bepaald.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw €446.292,34 betalen uit hoofde van het finaal verrekenbeding na correctie van de waardering van aandelen en pensioenrechten.