De betrokkene stelde administratief beroep in tegen een sanctie van €150 wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring op 25 maart 2023. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond, maar het gerechtshof vernietigt dit oordeel en wijzigt het sanctiebedrag.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, wat het hof bevestigt. Omdat de officier van justitie de gemachtigde negeerde en de betrokkene feitelijk zonder professionele vertegenwoordiging heeft geprocedeerd, is sprake van een structurele schending van de hoorplicht.
Op grond van een eerder arrest van het hof wordt het sanctiebedrag daarom met 25% gematigd tot €112,50. Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €1046,25 aan de betrokkene. De beslissing van de kantonrechter wordt voor zover het beroep tegen de inleidende beschikking betreft vernietigd.