Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het vernielen van een chalet dat volgens de benadeelde aan hem toebehoorde. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat uit het dossier en het onderzoek blijkt dat verdachte civielrechtelijk eigenaar was van het chalet door natrekking.
De benadeelde had het chalet geplaatst op de grond van verdachte en daarin gewoond tot 2015. Er ontstond een civielrechtelijk geschil over de financiële afwikkeling van de bouwkosten, waarbij benadeelde een vordering had op basis van ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad. Verdachte had een bedrag van circa € 25.000,- in depot gestort als zekerheid.
Op 1 juni 2017 beschadigde verdachte het chalet onherstelbaar om zijn grond 'kaal' te kunnen leveren aan een koper. Het hof concludeert dat het chalet op dat moment niet geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoorde dan verdachte. Daarom is het tenlastegelegde niet bewezen en volgt vrijspraak.
De vordering van de benadeelde tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat verdachte niet schuldig is verklaard. Het hof veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten.